donderdag 23 juli 2009

Alweer een week op Sumatra

We zijn een tijdje ofline geweest. De laatste verhalen van Vietnam heb ik zojuist in de vorige blog gezet. Hier nu nog het relaas vanaf dat we vietnam verlaten.

Op weg naar Sumatra
We hadden 2 vluchten op 1 dag waarbij we ons op de 1e vlucht maar weinig vertraging konden veroorloven. En als de 13e echt ongeluk zou brengen, zouden we geheid die 2e vlucht missen. Maar alles ging goed. 13 juli hebben we het Vietnamese hoofdstuk afgesloten en zijn we vanuit Hanoi via Kuala Lumpur naar Medan gevlogen.

Aangekomen op het vliegveld worden we eerst gedesinfecteerd en moeten we een gezondheidsverklaring invullen. Vervolgens in de rij voor de visa. Helaas is één van de vier beambtes die nodig zijn voor een visa niet aanwezig. Hoezo omslachtig? denk ik dan. Hij wordt opgetrommeld en zodoende hebben we na een half uurtje toch onze visa. Daarna pakken we onze bagage en willen we naar buiten. Maar dan wordt ik door de douane aangehouden want er staat een wit kruis op mijn rugzak getekend. Ik dien mijn rugzak uit te pakken zodat ze kunnen controleren of ik inderdaad niets aan te geven heb. Ik kan vlot weer inpakken en daarna lukt het om de taxi chauffeurs af te schudden om vervolgens per becak, dat is een 125 cc brommertje met zijspan, naar ons guesthouse te komen.

Zowat iedereen is gids.
De volgende ochtend willen we vroeg wat winkelen in Sun plaza. Om 8:30 staan we voor een dichte deur. We merken dat Medan een uitslaap stad is. Voor 10:00 s'Ochtends is er niet veel open. Dan maar geen inkopen. Terwijl we even in onze lonely planet zitten te lezen om te kijken waar we nog meer eventueel terecht kunnen raken we in gesprek met een taxi chauffeur. Hij zit een beetje te vissen naar onze plannen en we verklappen dat we naar Bukit Lawang willen gaan. En het toeval wil dat de taxi chauffeur een goede gids kent in Bukit Lawang. Hij kan hem wel even bellen voor ons. Het gaat ons net even te snel dus we vertrouwen het niet helemaal. We vragen hem of we niet gewoon zelf de naam en het telefoonnummer van die gids kunnen krijgen, dan bellen we hem zelf wel als we in Bukit Lawang zijn. We krijgen wel de voornaam van de gids, maar verder helemaal niets. Dus we zeggen de chauffeur gedag en lopen nog via wat geld wisselaars terug naar ons guesthouse. Helaas wil geen van de geld wisselaars ons van onze Vietnamese Dong afhelpen. Ze weten de wisselkoers niet. Maar ze hebben wel internet. Dan kan je de koers makkelijk opzoeken, denk ik dan, maar helaas, Vietnamese Dong inruilen in Medan gaat niet lukken. Vermoedelijk zal dat nergens op Sumatra lukken. Wanneer we bij ons hotel aankomen, staat de zelfde taxi chauffeur van een uur eerder met de gids voor ons hotel. Esther en ik lachen er een beetje om, want Bukit Lawang is 3 uur met de bus vanuit Medan. Hij is zeker met de helikopter overgekomen, of nee, hij was toevallig net in Medan. Ja, doei, dat gaat ons dus ff te vlug. We negeren die taxi chauffeur en zijn gids verder en gaan rustig uitchecken en nemen de bus naar Bukit Lawang vanaf de Pinang Baris bus terminal in Medan.

Onderweg raken we in gesprek met, hoe kan het ook anders, alweer een gids. Deze gids praat een paar woordjes Nederlands. "Hallo meneer, hoe gaat het met u?", "Lekker slapen, meneer?" en nog meer van die standaard zinnetjes krijgen we te horen, allemaal met een Indonesisch accent. Gedurende anderhalf uur praten we af en toe met deze gids. In Bukit Lawang vinden we een goedkope kamer met douche en een balkon. En, alsof iedereen gids is in Sumatra, alweer een gids die ons helpt met het vinden van een geschikte kamer. Alle gidsen proberen ons 2 dagen in de jungle te verkopen. En dat lijkt ons inderdaad wel wat, "maar nu nog niet". We zijn namelijk behoorlijk afgepeigerd. De 12e kwamen we terug van Halong Bay, de 13e 2 vluchten naar Medan en nu de 14e weer bijna een halve dag in de bus.

Omdat we eerst een dagje rustig aan willen doen houden we de gidsen een beetje af. Ondertussen informeren we wel een beetje naar de mogelijkheden. De 1e volle dag in Bukit Lawang verkennen we het dorp een beetje op eigen houtje en bezoeken we de batcave die een kleine 2 km bij onze guesthouse vandaan ligt. Daar we hadden gehoord dat er ook regelmatig cobra's in de batcave worden gesignaleerd gaan we niet echt diep de grot in. Het is er namelijk donker, vochtig en glad en door die cobra verhalen voelen we ons niet helemaal op ons gemak als we alleen in die grot staan. Die avond besluiten we om de volgende 2 dagen met de gids die ons heeft geholpen om de kamer te zoeken een trekking in de jungle te doen. We zien die gids namelijk iedere keer weer opduiken en iedere keer weer heeft hij goede verhalen. Het lijkt ons dus wel een geschikte vent. Die avond maken we ook kennis met Laura, een Engelse jongedame die al een tijdje in haar eentje in Azie rond reist en ook met dezelfde gids en ons 2 mee zal gaan op de trekking.

Trekking in de jungle
De eerste dag van de trekking is een wandeling in de jungle van een uur of 5. Onze gids heeft ook een drager geregeld voor zijn eigen spullen en ons eten, dus zijn we met zijn vijfen. Onze eigen spullen moesten we zelf sjouwen, Onderweg spotten we 5 Oerang oetangs. 1 van die oerang oetangs zat hoog in de boom en bleef daar, bijna onzichtbaar, rustig zitten omdat er beneden nog meerdere groepjes met een hoop lawaai hun foto's probeerden te maken. Na een minuut of wat gingen de andere groepjes verder en bleef ons groepje nog even heel stil onder de boom zitten. En warempel, de oerang oetang kwam uit haar schuilplaats naar beneden en op een meter of 10 van ons kwam zij op de grond om even wat te pakken en vlug weer de boom in te verdwijnen. Die dag vonden we nog redelijk succesvol en s'avonds settelen we ons bij een riviertje om daar wat kaart spelletjes en raadseltjes te doen met onze gids. We vinden onze gids wel wat klef richting Laura. Al gauw hebben we door dat Laura dat ook maar niets vindt. Die nacht liggen we in een open tent, alleen een afdak van plastic boven je hoofd en dan zodanig dat er geen regen naar binnen kan komen. Die gids kruipt de hele nacht steeds dichter naar Laura toe en Laura kruipt steeds dichter naar Esther. s'Ochtends ligt de gids zowat op het matje van Laura, Laura op het matje van Esther en Esther en ik bijna samen op mijn matje zowat tegen de drager aan die aan de andere buitenkant lag te slapen. Esther en ik zijn al om 6 uur wakker voor de 2e dag. De 2e dag valt onze gids ons toch wat tegen. We moeten lang wachten op ons ontbijt omdat hij lang blijft liggen slapen. Pas als we om 9:30 aangeven dat we hier toch zijn voor een trekking en niet om te kamperen worden de spullen ingepakt en gaan we weer verder met onze trekking. De gids wil eigenlijk via de rivier de korste weg terug nemen naar Bukit Lawang, maar dat lijkt ons veel te makkelijk. Maar die andere weg is volgens de gids erg zwaar en stijl omhoog en omlaag. Toch kiezen we voor die andere weg. Na anderhalf uur wandelen, waarbij het stijl omhoog en omlaag helemaal niet zo zwaar was als de gids had voorspelt, wilde de gids alweer lunchen. Net 2 uur daar voor hadden we ontbeten. Dat was ons toch iets te kort op elkaar. We moesten er echt op aandringen om verder te wandelen. Morrend ging de gids verder maar nu in ene in hoog tempo. Hij leek wel boos. Hij had toch zelf gezegd dat we 2 zware dagen met wandelen zouden krijgen en dan wil hij die 2e dag in anderhalf uur terug zijn in Bukit Lawang. We komen op een gegeven moment weer uit bij het riviertje, maar dan verder stroom afwaarts.

The giant killer bees....
En als we dan vanaf het riviertje omhoog klimmen in ene een pijnlijke steek in mijn boven arm. Het is alsof er een mes in mijn boven arm gestoken wordt, maar ik zie niets. Mijn arm lijkt wel in de fik te staan. Al gauw blijkt dat ik ben gestoken door een bij uit de Sumatraanse jungle. Een paar tellen later wordt ook Laura in haar pols gestoken. Ze gilt het uit want zij ziet ook de bij die zo groot is als een duim van een volwassen man. Man, wat een joekel van een bij. De drager achter ons staat in ene te dansen. 3x raak in zijn bovenbeen. Gelukkig blijft het in totaal bij 5 rake prikken, 1 voor mij, 1 voor Laura en 3 voor de drager. Blijkbaar hadden we het nest van die bijen ongemerkt verstoord en waren die bijen nogal agressief. Het gif in mijn bovenarm brandt gemeen. De eerste 5 minuten is alsof er een mes in je arm zit. Daarna wordt het wat minder, maar verder de hele dag doet mijn arm zeer. De prik was een cm of 5 van de oksel vandaan en behalve mijn bovenarm deed ook mijn borst pijn. Pas als ik die avond ga slapen verdwijnt de pijn en is er bij mij de volgende dag in feite niets meer aan de hand. Bij onze drager was het al na een uurtje of 2 over. Vermoedelijk is het niet zijn eerste bijensteek en heeft hij al wat meer anti stoffen. Laura reageert nog meer allergisch dan ik. Haar onderarm zet op en ook haar hand ziet er lelijk opgezet uit. Pas 2 volle dagen later begint haar arm wat te slinken en dat is dan pas nadat ze bij de dokter een injectie en pillen heeft gehad tegen de allergische reactie.

Onderstaande foto heeft Laura genomen. Gelukkig net op tijd want ik was een fractie te laat. Het was zowat aan het einde van 2 dagen trekking.Als we van de trekking terug keren en we s'avonds een hapje eten in een restaurantje schuift onze gids nog even aan. Hij valt ons een beetje tegen omdat hij ook nu weer zit te klagen dat hij zo veel heeft moeten lopen en zo moe is van al dat lopen. Man, je bent gids in de jungle, zit niet te zeuren over dat je veel moet lopen, denken we dan. En morgen moet ik alweer lopen, klaagt hij nog. Zoek een ander vak, denk ik dan.

Op naar Beristagi.
De dag na de trekking is 17 juli. Samen met Laura, nemen we de bus terug naar Medan en in Medan staat direct de volgende bus klaar naar Beristagi. Dat reis naar Beristagi verloopt dus vlot. Die avond in Beristagi beklimmen we de Gundaling heuvel om de zonsondergang te bekijken. Helaas is het, door de bewolking, geen spectaculaire zonsondergang. De volgende dag doen we weer een trekking. Laura, Esther en ik wandelen onder begeleiding van een gids de Sinabung vulkaan op. Dit is echt een pittige wandeling van 4 uur berg opwaarts waarbij we regelmatig handen en voeten moeten gebruiken om omhoog te klauteren. De top van deze vulkaan ligt op ruim 2400 meter hoogte. De uitzichten vinden we er weer spectaculair. Bij de krater mogen we weer met Jan en alleman op de foto. "He misterrrr" hoor ik wel tig keer. Laura en Esther zijn in trek vanwege de blonde krullen en ik trek bekijks met mijn lengte. Alsof we beroemd zijn, zo wil iedereen maar met ons op de foto. We kunnen er wel om lachen. Af en toe, als er weer gevraagd wordt of ze met ons op de foto mogen roepen we "Photo?... One Dollar". Maar het blijft bij een grap want anders hadden we nu een leuk extraatje verdient.

Mandarijnen te koop.
De 2e dag dat we in Beristagi zijn, vertrekt Laura en huren Esther en ik weer eens een motorfiets. We willen naar Linga, maar missen de laatste afslag die nodig is om in Linga te komen. Zodoende komen we in Kaberjahe. Omkeren en op de weg terug vinden we Linga wel. Linga viel een beetje tegen. Er zijn maar 4 van die Batak huizen, terwijl we van te voren de indruk hadden gekregen dat het een heel Batak dorp zou zijn. Misschien is wel de hele bevolking Batak, maar is het dorp gewoon al aan het verwesteren. Als we vanuit Linga weer verder rijden nemen we later nog maar een willekeurige afslag naar een klein weggetje. Ook dat weggetje komt uit in een klein dorpje, waar we de vrouwen aan het werk zien en de mannen in de bar hangen. Met handen en voeten en een enkel Engels woordje tussendoor worden we ook in de bar uitgenodigd om wat te drinken. Slechts 1 van de mannen spreekt een paar woordjes Engels en ook nog een paar woordjes Nederlands. Of we orange lusten. Wij denken dat hij sinasappelsap bedoelt en zeggen ja. Vervolgens wordt er een paar kilo mandarijnen op de tafel gelegd. Eet er maar lekker van, ik ben mandarijnenboer en deze geef ik aan jullie. De hele groep lacht wat af. Ons wordt iedere keer wat gevraagd en als we antwoorden wordt dat vertaald naar de hele groep toe die daar vervolgens de grootste lol om hebben. Dan komen in ene een paar Indonesische woorden die vanuit het Nederlands komen ter sprake: Knalpot, doorsmeer, notaris, hypotheek, pispot en zo gaan we nog even door. Bij iedere woordje wordt er weer volop gelachen. Dan wil hij in het Nederlands tot 10 tellen. Tot 3 weet hij het al zelf, daarna gooit hij er iedere keer wat Engels tussendoor. een, twee, drie, four, vijf, six, seven, akt, nine, tien. We gaan weer verder en zien onderweg nog tientallen kraampjes met mandarijnen. Blijkbaar is het oogsttijd.

Nog een vulkaan...
Naast de Sinabung vulkaan ligt ook de Sibayak vulkaan in de buurt van Beristagi. We besluiten om op onze derde dag in Beristagi zonder gids deze vulkaan op te lopen. Overal horen we verhalen dat er in de afgelopen jaren ook mensen zijn vermist na een wandeling op de vulkaan, maar tegelijkertijd lezen we verhalen in het gastboek van onze guesthouse dat het goed te doen moet zijn. Met name het vinden van het begin van het pad terug, zou wel eens wat lastig kunnen zijn. We nemen wat aanwijzingen uit het gastboek over en besluiten het er op te wagen. Wel spreken we af, dat als we dat pad terug niet vinden, dat we dan dezelfde weg terug gaan als we gekomen zijn. Onderweg omhoog halen we Brenda in, een Amerikaanse die in haar eentje de wandeling onderneemt, maar blij is dat ze met ons mee kan lopen. Ook zij is niet zo zeker van haar zaak en als je dan samen bent met anderen voelt dat toch een stuk veiliger. De weg naar boven is met name voor het laatste deel behoorlijk pittig. In het eerste deel zitten ook regelmatig stukken dat je weer afdaalt. We vinden de krater vrij gemakkelijk. Dan de weg terug. We klimmen over de rand waar het pad zou moeten lopen. Ja, daar is een pad. En nog een pad. Welke moeten we nu hebben? Gelukkig zien we dan een ander groepje met een gids. We vragen het gewoon aan de gids en vervolgen onze wandeling. Ooit moet er een of andere halve zool bedacht hebben dat er een trap moest komen de vulkaan op, want een groot deel van de route naar beneden lopen we over oude uitgesleten stenen traptredes. En dat gaat maar door. Ik ben benieuwd hoeveel traptredes het eigenlijk zijn, maar we hebben ze niet geteld. Honderden, misschien zelfs duizenden. Na een uur of 2 zijn we eindelijk bij het einde van de trap en komen we uit bij een dorpje met hete bronnen. Daar badderen we even in het hete, stinkende water. Vanaf dat dorpje nemen we de bus weer terug naar Beristagi.

Lake Toba
Gisteren zijn we met de bus van Beristagi naar Parapat gereisd. Onderweg moesten we 2x overstappen, maar dat verliep heel vlot. Je krijgt niet eens de tijd om even een toilet te bezoeken want je wordt gewoon aan je mouw mee getrokken van de ene naar de andere bus. De chauffeurs hier weten wel wat doorrijden is. Af en toe wordt er ingehaald en dan hou je je hart vast. Maar het gaat iedere keer weer goed. In Parapat kunnen we dan eindelijk even naar het toilet voordat we de boot nemen naar Tuk Tuk op het eiland in Lake Toba. Als we op de boot stappen zien we in ene Brenda weer. Gezellig. We nemen een kamer in de Samosir Cottage met uitzicht op het water. Hier verblijven we de komende dagen, hoelang precies weten we nog niet. Na Lake Toba willen we door naar Bukkitingi en 10 augustus vliegen we vanaf Padang terug naar Kuala Lumpur om een 60 dagen visum voor Indonesie te regelen. Brenda geeft al een paar jaar les in Kuala Lumpur en we zullen haar daar met een bezoekje vereren.

Voor nu, mijn verhaal is al weer veel te lang, dus, tot de volgende keer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten