donderdag 23 juli 2009

Alweer een week op Sumatra

We zijn een tijdje ofline geweest. De laatste verhalen van Vietnam heb ik zojuist in de vorige blog gezet. Hier nu nog het relaas vanaf dat we vietnam verlaten.

Op weg naar Sumatra
We hadden 2 vluchten op 1 dag waarbij we ons op de 1e vlucht maar weinig vertraging konden veroorloven. En als de 13e echt ongeluk zou brengen, zouden we geheid die 2e vlucht missen. Maar alles ging goed. 13 juli hebben we het Vietnamese hoofdstuk afgesloten en zijn we vanuit Hanoi via Kuala Lumpur naar Medan gevlogen.

Aangekomen op het vliegveld worden we eerst gedesinfecteerd en moeten we een gezondheidsverklaring invullen. Vervolgens in de rij voor de visa. Helaas is één van de vier beambtes die nodig zijn voor een visa niet aanwezig. Hoezo omslachtig? denk ik dan. Hij wordt opgetrommeld en zodoende hebben we na een half uurtje toch onze visa. Daarna pakken we onze bagage en willen we naar buiten. Maar dan wordt ik door de douane aangehouden want er staat een wit kruis op mijn rugzak getekend. Ik dien mijn rugzak uit te pakken zodat ze kunnen controleren of ik inderdaad niets aan te geven heb. Ik kan vlot weer inpakken en daarna lukt het om de taxi chauffeurs af te schudden om vervolgens per becak, dat is een 125 cc brommertje met zijspan, naar ons guesthouse te komen.

Zowat iedereen is gids.
De volgende ochtend willen we vroeg wat winkelen in Sun plaza. Om 8:30 staan we voor een dichte deur. We merken dat Medan een uitslaap stad is. Voor 10:00 s'Ochtends is er niet veel open. Dan maar geen inkopen. Terwijl we even in onze lonely planet zitten te lezen om te kijken waar we nog meer eventueel terecht kunnen raken we in gesprek met een taxi chauffeur. Hij zit een beetje te vissen naar onze plannen en we verklappen dat we naar Bukit Lawang willen gaan. En het toeval wil dat de taxi chauffeur een goede gids kent in Bukit Lawang. Hij kan hem wel even bellen voor ons. Het gaat ons net even te snel dus we vertrouwen het niet helemaal. We vragen hem of we niet gewoon zelf de naam en het telefoonnummer van die gids kunnen krijgen, dan bellen we hem zelf wel als we in Bukit Lawang zijn. We krijgen wel de voornaam van de gids, maar verder helemaal niets. Dus we zeggen de chauffeur gedag en lopen nog via wat geld wisselaars terug naar ons guesthouse. Helaas wil geen van de geld wisselaars ons van onze Vietnamese Dong afhelpen. Ze weten de wisselkoers niet. Maar ze hebben wel internet. Dan kan je de koers makkelijk opzoeken, denk ik dan, maar helaas, Vietnamese Dong inruilen in Medan gaat niet lukken. Vermoedelijk zal dat nergens op Sumatra lukken. Wanneer we bij ons hotel aankomen, staat de zelfde taxi chauffeur van een uur eerder met de gids voor ons hotel. Esther en ik lachen er een beetje om, want Bukit Lawang is 3 uur met de bus vanuit Medan. Hij is zeker met de helikopter overgekomen, of nee, hij was toevallig net in Medan. Ja, doei, dat gaat ons dus ff te vlug. We negeren die taxi chauffeur en zijn gids verder en gaan rustig uitchecken en nemen de bus naar Bukit Lawang vanaf de Pinang Baris bus terminal in Medan.

Onderweg raken we in gesprek met, hoe kan het ook anders, alweer een gids. Deze gids praat een paar woordjes Nederlands. "Hallo meneer, hoe gaat het met u?", "Lekker slapen, meneer?" en nog meer van die standaard zinnetjes krijgen we te horen, allemaal met een Indonesisch accent. Gedurende anderhalf uur praten we af en toe met deze gids. In Bukit Lawang vinden we een goedkope kamer met douche en een balkon. En, alsof iedereen gids is in Sumatra, alweer een gids die ons helpt met het vinden van een geschikte kamer. Alle gidsen proberen ons 2 dagen in de jungle te verkopen. En dat lijkt ons inderdaad wel wat, "maar nu nog niet". We zijn namelijk behoorlijk afgepeigerd. De 12e kwamen we terug van Halong Bay, de 13e 2 vluchten naar Medan en nu de 14e weer bijna een halve dag in de bus.

Omdat we eerst een dagje rustig aan willen doen houden we de gidsen een beetje af. Ondertussen informeren we wel een beetje naar de mogelijkheden. De 1e volle dag in Bukit Lawang verkennen we het dorp een beetje op eigen houtje en bezoeken we de batcave die een kleine 2 km bij onze guesthouse vandaan ligt. Daar we hadden gehoord dat er ook regelmatig cobra's in de batcave worden gesignaleerd gaan we niet echt diep de grot in. Het is er namelijk donker, vochtig en glad en door die cobra verhalen voelen we ons niet helemaal op ons gemak als we alleen in die grot staan. Die avond besluiten we om de volgende 2 dagen met de gids die ons heeft geholpen om de kamer te zoeken een trekking in de jungle te doen. We zien die gids namelijk iedere keer weer opduiken en iedere keer weer heeft hij goede verhalen. Het lijkt ons dus wel een geschikte vent. Die avond maken we ook kennis met Laura, een Engelse jongedame die al een tijdje in haar eentje in Azie rond reist en ook met dezelfde gids en ons 2 mee zal gaan op de trekking.

Trekking in de jungle
De eerste dag van de trekking is een wandeling in de jungle van een uur of 5. Onze gids heeft ook een drager geregeld voor zijn eigen spullen en ons eten, dus zijn we met zijn vijfen. Onze eigen spullen moesten we zelf sjouwen, Onderweg spotten we 5 Oerang oetangs. 1 van die oerang oetangs zat hoog in de boom en bleef daar, bijna onzichtbaar, rustig zitten omdat er beneden nog meerdere groepjes met een hoop lawaai hun foto's probeerden te maken. Na een minuut of wat gingen de andere groepjes verder en bleef ons groepje nog even heel stil onder de boom zitten. En warempel, de oerang oetang kwam uit haar schuilplaats naar beneden en op een meter of 10 van ons kwam zij op de grond om even wat te pakken en vlug weer de boom in te verdwijnen. Die dag vonden we nog redelijk succesvol en s'avonds settelen we ons bij een riviertje om daar wat kaart spelletjes en raadseltjes te doen met onze gids. We vinden onze gids wel wat klef richting Laura. Al gauw hebben we door dat Laura dat ook maar niets vindt. Die nacht liggen we in een open tent, alleen een afdak van plastic boven je hoofd en dan zodanig dat er geen regen naar binnen kan komen. Die gids kruipt de hele nacht steeds dichter naar Laura toe en Laura kruipt steeds dichter naar Esther. s'Ochtends ligt de gids zowat op het matje van Laura, Laura op het matje van Esther en Esther en ik bijna samen op mijn matje zowat tegen de drager aan die aan de andere buitenkant lag te slapen. Esther en ik zijn al om 6 uur wakker voor de 2e dag. De 2e dag valt onze gids ons toch wat tegen. We moeten lang wachten op ons ontbijt omdat hij lang blijft liggen slapen. Pas als we om 9:30 aangeven dat we hier toch zijn voor een trekking en niet om te kamperen worden de spullen ingepakt en gaan we weer verder met onze trekking. De gids wil eigenlijk via de rivier de korste weg terug nemen naar Bukit Lawang, maar dat lijkt ons veel te makkelijk. Maar die andere weg is volgens de gids erg zwaar en stijl omhoog en omlaag. Toch kiezen we voor die andere weg. Na anderhalf uur wandelen, waarbij het stijl omhoog en omlaag helemaal niet zo zwaar was als de gids had voorspelt, wilde de gids alweer lunchen. Net 2 uur daar voor hadden we ontbeten. Dat was ons toch iets te kort op elkaar. We moesten er echt op aandringen om verder te wandelen. Morrend ging de gids verder maar nu in ene in hoog tempo. Hij leek wel boos. Hij had toch zelf gezegd dat we 2 zware dagen met wandelen zouden krijgen en dan wil hij die 2e dag in anderhalf uur terug zijn in Bukit Lawang. We komen op een gegeven moment weer uit bij het riviertje, maar dan verder stroom afwaarts.

The giant killer bees....
En als we dan vanaf het riviertje omhoog klimmen in ene een pijnlijke steek in mijn boven arm. Het is alsof er een mes in mijn boven arm gestoken wordt, maar ik zie niets. Mijn arm lijkt wel in de fik te staan. Al gauw blijkt dat ik ben gestoken door een bij uit de Sumatraanse jungle. Een paar tellen later wordt ook Laura in haar pols gestoken. Ze gilt het uit want zij ziet ook de bij die zo groot is als een duim van een volwassen man. Man, wat een joekel van een bij. De drager achter ons staat in ene te dansen. 3x raak in zijn bovenbeen. Gelukkig blijft het in totaal bij 5 rake prikken, 1 voor mij, 1 voor Laura en 3 voor de drager. Blijkbaar hadden we het nest van die bijen ongemerkt verstoord en waren die bijen nogal agressief. Het gif in mijn bovenarm brandt gemeen. De eerste 5 minuten is alsof er een mes in je arm zit. Daarna wordt het wat minder, maar verder de hele dag doet mijn arm zeer. De prik was een cm of 5 van de oksel vandaan en behalve mijn bovenarm deed ook mijn borst pijn. Pas als ik die avond ga slapen verdwijnt de pijn en is er bij mij de volgende dag in feite niets meer aan de hand. Bij onze drager was het al na een uurtje of 2 over. Vermoedelijk is het niet zijn eerste bijensteek en heeft hij al wat meer anti stoffen. Laura reageert nog meer allergisch dan ik. Haar onderarm zet op en ook haar hand ziet er lelijk opgezet uit. Pas 2 volle dagen later begint haar arm wat te slinken en dat is dan pas nadat ze bij de dokter een injectie en pillen heeft gehad tegen de allergische reactie.

Onderstaande foto heeft Laura genomen. Gelukkig net op tijd want ik was een fractie te laat. Het was zowat aan het einde van 2 dagen trekking.Als we van de trekking terug keren en we s'avonds een hapje eten in een restaurantje schuift onze gids nog even aan. Hij valt ons een beetje tegen omdat hij ook nu weer zit te klagen dat hij zo veel heeft moeten lopen en zo moe is van al dat lopen. Man, je bent gids in de jungle, zit niet te zeuren over dat je veel moet lopen, denken we dan. En morgen moet ik alweer lopen, klaagt hij nog. Zoek een ander vak, denk ik dan.

Op naar Beristagi.
De dag na de trekking is 17 juli. Samen met Laura, nemen we de bus terug naar Medan en in Medan staat direct de volgende bus klaar naar Beristagi. Dat reis naar Beristagi verloopt dus vlot. Die avond in Beristagi beklimmen we de Gundaling heuvel om de zonsondergang te bekijken. Helaas is het, door de bewolking, geen spectaculaire zonsondergang. De volgende dag doen we weer een trekking. Laura, Esther en ik wandelen onder begeleiding van een gids de Sinabung vulkaan op. Dit is echt een pittige wandeling van 4 uur berg opwaarts waarbij we regelmatig handen en voeten moeten gebruiken om omhoog te klauteren. De top van deze vulkaan ligt op ruim 2400 meter hoogte. De uitzichten vinden we er weer spectaculair. Bij de krater mogen we weer met Jan en alleman op de foto. "He misterrrr" hoor ik wel tig keer. Laura en Esther zijn in trek vanwege de blonde krullen en ik trek bekijks met mijn lengte. Alsof we beroemd zijn, zo wil iedereen maar met ons op de foto. We kunnen er wel om lachen. Af en toe, als er weer gevraagd wordt of ze met ons op de foto mogen roepen we "Photo?... One Dollar". Maar het blijft bij een grap want anders hadden we nu een leuk extraatje verdient.

Mandarijnen te koop.
De 2e dag dat we in Beristagi zijn, vertrekt Laura en huren Esther en ik weer eens een motorfiets. We willen naar Linga, maar missen de laatste afslag die nodig is om in Linga te komen. Zodoende komen we in Kaberjahe. Omkeren en op de weg terug vinden we Linga wel. Linga viel een beetje tegen. Er zijn maar 4 van die Batak huizen, terwijl we van te voren de indruk hadden gekregen dat het een heel Batak dorp zou zijn. Misschien is wel de hele bevolking Batak, maar is het dorp gewoon al aan het verwesteren. Als we vanuit Linga weer verder rijden nemen we later nog maar een willekeurige afslag naar een klein weggetje. Ook dat weggetje komt uit in een klein dorpje, waar we de vrouwen aan het werk zien en de mannen in de bar hangen. Met handen en voeten en een enkel Engels woordje tussendoor worden we ook in de bar uitgenodigd om wat te drinken. Slechts 1 van de mannen spreekt een paar woordjes Engels en ook nog een paar woordjes Nederlands. Of we orange lusten. Wij denken dat hij sinasappelsap bedoelt en zeggen ja. Vervolgens wordt er een paar kilo mandarijnen op de tafel gelegd. Eet er maar lekker van, ik ben mandarijnenboer en deze geef ik aan jullie. De hele groep lacht wat af. Ons wordt iedere keer wat gevraagd en als we antwoorden wordt dat vertaald naar de hele groep toe die daar vervolgens de grootste lol om hebben. Dan komen in ene een paar Indonesische woorden die vanuit het Nederlands komen ter sprake: Knalpot, doorsmeer, notaris, hypotheek, pispot en zo gaan we nog even door. Bij iedere woordje wordt er weer volop gelachen. Dan wil hij in het Nederlands tot 10 tellen. Tot 3 weet hij het al zelf, daarna gooit hij er iedere keer wat Engels tussendoor. een, twee, drie, four, vijf, six, seven, akt, nine, tien. We gaan weer verder en zien onderweg nog tientallen kraampjes met mandarijnen. Blijkbaar is het oogsttijd.

Nog een vulkaan...
Naast de Sinabung vulkaan ligt ook de Sibayak vulkaan in de buurt van Beristagi. We besluiten om op onze derde dag in Beristagi zonder gids deze vulkaan op te lopen. Overal horen we verhalen dat er in de afgelopen jaren ook mensen zijn vermist na een wandeling op de vulkaan, maar tegelijkertijd lezen we verhalen in het gastboek van onze guesthouse dat het goed te doen moet zijn. Met name het vinden van het begin van het pad terug, zou wel eens wat lastig kunnen zijn. We nemen wat aanwijzingen uit het gastboek over en besluiten het er op te wagen. Wel spreken we af, dat als we dat pad terug niet vinden, dat we dan dezelfde weg terug gaan als we gekomen zijn. Onderweg omhoog halen we Brenda in, een Amerikaanse die in haar eentje de wandeling onderneemt, maar blij is dat ze met ons mee kan lopen. Ook zij is niet zo zeker van haar zaak en als je dan samen bent met anderen voelt dat toch een stuk veiliger. De weg naar boven is met name voor het laatste deel behoorlijk pittig. In het eerste deel zitten ook regelmatig stukken dat je weer afdaalt. We vinden de krater vrij gemakkelijk. Dan de weg terug. We klimmen over de rand waar het pad zou moeten lopen. Ja, daar is een pad. En nog een pad. Welke moeten we nu hebben? Gelukkig zien we dan een ander groepje met een gids. We vragen het gewoon aan de gids en vervolgen onze wandeling. Ooit moet er een of andere halve zool bedacht hebben dat er een trap moest komen de vulkaan op, want een groot deel van de route naar beneden lopen we over oude uitgesleten stenen traptredes. En dat gaat maar door. Ik ben benieuwd hoeveel traptredes het eigenlijk zijn, maar we hebben ze niet geteld. Honderden, misschien zelfs duizenden. Na een uur of 2 zijn we eindelijk bij het einde van de trap en komen we uit bij een dorpje met hete bronnen. Daar badderen we even in het hete, stinkende water. Vanaf dat dorpje nemen we de bus weer terug naar Beristagi.

Lake Toba
Gisteren zijn we met de bus van Beristagi naar Parapat gereisd. Onderweg moesten we 2x overstappen, maar dat verliep heel vlot. Je krijgt niet eens de tijd om even een toilet te bezoeken want je wordt gewoon aan je mouw mee getrokken van de ene naar de andere bus. De chauffeurs hier weten wel wat doorrijden is. Af en toe wordt er ingehaald en dan hou je je hart vast. Maar het gaat iedere keer weer goed. In Parapat kunnen we dan eindelijk even naar het toilet voordat we de boot nemen naar Tuk Tuk op het eiland in Lake Toba. Als we op de boot stappen zien we in ene Brenda weer. Gezellig. We nemen een kamer in de Samosir Cottage met uitzicht op het water. Hier verblijven we de komende dagen, hoelang precies weten we nog niet. Na Lake Toba willen we door naar Bukkitingi en 10 augustus vliegen we vanaf Padang terug naar Kuala Lumpur om een 60 dagen visum voor Indonesie te regelen. Brenda geeft al een paar jaar les in Kuala Lumpur en we zullen haar daar met een bezoekje vereren.

Voor nu, mijn verhaal is al weer veel te lang, dus, tot de volgende keer.

Sappa twee en Halong Bay

Sappaaa! Alsof Emile Ratelband hier zijn kreet heeft verzonnen, maar het toch net even anders wilde noemen. Na de vorige keer bloggen zijn we nog 2 dagen in Sappa gebleven. Deze dagen hebben we gelukkig een stuk meer zon. Alleen de eerste van de 2 dagen regende het einde van de ochtend nog even flink en dat was net toen we naar de silver waterfall en even verder naar de Tram Ton pass aan het rijden waren. Tijdens de regen werd het ook merkbaar kouder en het zicht was slecht. Dus kwamen we rond de middag nat en verkleumd terug in Sappa. Na een warme douche, droge kleren en de lunch gingen we s'middags weer op pad. Gelukkig ging die middag de zon schijnen. Via diverse kleine weggetjes kwamen we bij dorpjes van de rode Dzao. En dan vragen we de weg terug naar Sappa. 2 man staan bij elkaar terwijl we ze vragend aankijken naar links en naar rechts wijzend : Sappa? Om het antwoord moesten we hartelijk lachen, "Aah, Sappaaaa!" roepen ze beiden, de 1 wijst naar links en de ander naar rechts. Tsja, daar werden we dus niet veel wijzer van. Bij de dorpjes hing ook nog eens dikke mist, dus we konden ook niet zien hoe het dal of de bergtoppen liepen. Dan maar dezelfde weg terug als we gekomen zijn.

De tweede dag op de motorfiets was weer volop genieten van de uitzichten. Alleen de billen genoten er niet zo van. Van David Martin, een Amerikaanse fotograaf die al een hele tijd in Sappa en omgeving zit, hadden we gehoord welke zijweggetjes we het beste konden proberen voor hele mooie uitzichten. Dus die weggetjes gingen we dan maar proberen. Alleen waren dat geen geasfalteerde weggetjes, maar rotsachtige paadjes die af en toe ook nog door een beekje gingen en zelfs over een bamboebruggetje zonder leuningen vlak langs een afgrond. Rustig aan dus en regelmatig in de eerste versnelling en af en toe bij steppen omdat het net even te stijl was.

Aan het einde van het 2e paadje dat we probeerden kwamen we weer boven in de bergen en liep het paadje dood. Opeens horen we een hoop geroep. Als we kijken zien we even verderop een paar hoofdjes uit een veldje met Marihuana plantjes. Ze waren net aan het oogsten. Niet voor de drugs, maar voor de steeltjes van de plantjes, want daar maken ze hun kleding van.

De volgende dag reizen we overdag terug naar Hanoi. In Hanoi blijkt weer dat je zo scherp als een scheermes moet zijn. Als we met de trein in het station aankomen staat de eerste taxi chauffeur al zowat in de trein met je te onderhandelen. Gelukkig weten we wat de prijs moet zijn want we hebben de rit ook al van ons hotel naar het station gedaan. De eerste keer vraagt de chauffeur 10 dollar. Dat is zo ongeveer 180.000 Vietnamese Dong. We willen dus gewoon geen zaken met hem doen want de prijs behoort slechts 25.000 Dong te bedragen. Als we hem dat vertellen en dat we al een keer daar geweest zijn, zakt hij met zijn prijs direct naar de 80.000 Dong. Dat is nog steeds veel te veel dus lopen we door. Deze chauffeur haakt af en gaat op zoek naar andere Westerse slachtoffers. Dan komen we buiten het station en vragen de eerste de beste taxi chauffeur zijn prijs naar ons hotel. 50.000 Dong. Nog te veel en we zeggen dat we maximaal 25.000 willen betalen. Hij wuift ons weg. Dan maar een andere taxi chauffeur. 40m van het station vandaan vragen we de volgende chauffeur. Die begint met 40.000. Weer zeggen we 25.000 en weer worden we weggewuifd. Dan nog maar 40m verder bij weer de volgende chauffeur. Die chauffeur zegt dat hij met zijn meter wil rijden, maar dat willen wij niet, want we willen weten waar we aan toe zijn want we hebben genoeg verhalen gehoord van taxis die een of meerdere extra rondjes rijden en bieden 25.000 Dong voor de taxirit. Na even aarzelen gaat deze chauffeur akkoord en zijn we netjes bij ons hotel gebracht door de beste man.

De volgende dag begint onze tocht voor 3 dagen naar Halong Bay. We hadden een tocht geboekt die iets luxueuzer zou moeten zijn dan gewoon standaard. Helaas bleek al gauw dat dat voor de tour operator via welke de reis werd georganiseerd geen fluit uit te maken. Sterker nog, we vonden vooral de eerste dag dramatisch slecht. Op het programma stond dat we om 8:00 zouden worden opgehaald, echter de bus kwam pas vlak voor 9:00. Vervolgens reed de bus nog 3 kwartier langs andere hotels om nog andere tourgasten op te halen. Dus we begonnen al veel te laat. Anderhalf uur later dan 11:30, zoals in het programma stond, zaten we dus eindelijk op de boot. Bepaald geen luxe boot en de inbegrepen lunch viel ook erg tegen. Volgens het programma zouden we de eerste nacht op de boot slapen en de tweede nacht in een hotel op Cat Ba eiland. Al gauw bleek dat de touroperator deze nachten, om een voor ons onduidelijke reden, had omgedraaid. Eerst hotel dus en dan een nacht op de boot. Nu maakt dat op zich niet zo veel uit als dan de rest maar in orde is, maar op Cat Ba eiland begonnen we ons pas echt belazerd te voelen: ze hadden ons in een verkeerde groep ingedeeld bij een standaard hotelletje in plaats van het wat luxere hotel dat wij bij de boeking te horen hadden gekregen. En dat was niet alles: dat standaard hotelletje was weer overboekt, dus werden we naar een nog eenvoudiger hotelletje gebracht en ook die was weer overboekt. We moesten dus met 4 man op een kamer slapen en dat weigerden we dus. We wilden gewoon in dat luxe hotel wat we te horen hadden gekregen bij het boeken van de tocht. De hele groep was inmiddels al aan het sputteren en de gids verschool zich alleen maar achter het feit dat hij zogenaamd ook alleen maar deed wat hij van zijn baas door kreeg en dus niets voor ons kon doen. Daar waren wij het niet mee eens, immers voor ons vertegenwoordigt hij de operator welke de reis verzorgt, dus hij heeft maar wat te regelen. Dan worden Esther en ik samen apart meegenomen naar nog weer een ander hotelletje aan de overkant van de straat. We lopen de kamer binnen die ze voor ons op het oog hebben en de stank was verschrikkelijk. Ook deze kamer willen we absoluut niet hebben. De gids begint wat boos tegen ons te doen. Hij zegt dat het komt omdat ook alle Vietnamezen nu vakantie hebben en dat daarom alles vol zit en daarom de andere hotels overboekt zijn. Niets mee te maken, zeg ik hem, dat hadden ze van te voren kunnen bedenken. Tussendoor belt de gids, op verzoek van Esther, nog met ons hotel in Hanoi van waaruit wij de reis ondernemen. Daarna wordt Esther ook nog eens voor leugenaar uitgemaakt, want wij hebben volgens hem helemaal niet iets luxer dan standaard geboekt. Verder blijft hij maar roepen dat alles vol is en dat er geen andere kamer te vinden is. Harder zoeken, zeg ik hem, weet je wat ik help wel even met zoeken. Helaas blijkt inderdaad dat de gewenste hotels allemaal vol zijn, maar toch slagen ik en Esther er in een simpel hotelletje te vinden met een basic 2 persoons kamer. Het enige luxe eraan, ten opzichte van die andere kamers, is dat het er niet stinkt en dat we gewoon met zijn 2en op 1 kamer kunnen. We vertellen de gids van de gevonden kamer en dat hij die maar moet betalen. Aanvankelijk weigert hij dat, maar dan gaat hij toch kijken bij het hotel om te onderhandelen over de prijs van de kamer. Uiteindelijk heeft hij wel de kamer betaald.

De volgende dag verloopt in ieder geval de ochtend wel naar wens. Eind van de middag begint echter weer het gelazer met vertragingen. Na een paar vrije uurtjes komt de hele groep netjes op de afgesproken tijd bij het hotelletje om weer naar de boot gebracht te worden. Met uiteindelijk bijna 2 uur vertraging komen we pas weer bij de boot. Dan opeens wijst de gids Esther en mij aan: "You!!, that boot!!". Esther en ik moeten op een andere boot dan de rest van de groep. Gelukkig pakt dat dit keer goed uit. Blijkbaar begrepen ze eindelijk dat we inderdaad iets luxer hadden geboekt en deze andere boot was een stuk luxer. Het avondeten op deze boot was een stuk beter en de sfeer veel relaxter en een andere, aardige gids. We hebben een prima nacht op deze andere boot.

De laatste dag Halong Bay worden we vroeg gewekt door de gids. Het programma wordt ingekort want er is een tropische storm op komst. Als we buiten kijken zien we inderdaad dat het weer al heel wat minder is. In plaats van om 8:00 na het ontbijt gaan we al om 6:00 voor het ontbijt in de ochtend kayakken. Op de boot zitten ook een aantal mensen die helaas te horen krijgen dat hun tweede nacht niet door zal gaan vanwege de tropische storm. We zien in de loop van de ochtend dat zowat de hele baai wordt leeg gehaald en terug gekomen in Halong City, vanwaar de boot van het vaste land vaart, is er in Halong City in ene een groot te kort aan bussen. Gelukkig weet onze gids toch redelijk vlot een bus te regelen. Bij die bus staan echter andere compleet gestresste mensen die al vanaf 7:00 proberen een bus te regelen terug naar Hanoi, omdat ze te horen hebben gekregen dat hun tochtje Halong Bay niet door gaat vanwege de storm.

De bustocht terug gaat voor ons verder tot vlak voor het einde voorspoedig. Maar wanneer we in Hanoi aankomen blijkt toch weer hoe sommige gidsen uit Vietnam het totaal niet snappen hoe ze hun afspraken behoren na te komen. In plaats van dat iedereen bij zijn hotel wordt afgezet, zoals iedereen bij de boeking te horen had gekregen, stopt de bus plots aan de rand van de toeristen wijk en roept de gids dat iedereen de bus uit moet en dit het einde van de tour is. Op dat moment komt de regen met bakken uit de hemel, dus er is niemand die dat ziet zitten en iedereen in de bus vind dat de tour organistatie maar moet regelen dat iedereen netjes bij zijn hotel moet worden afgezet. De hele bus weigert uit te stappen. Daar Esther en ik achterin zitten en er ook stoeltjes op het pad zitten kunnen we weinig anders dan afwachten. De gids wordt steeds kwader, en de buschauffeur zit rustig te wachten. Als de gids na veel getier dan in ene roept dat iedereen kan barsten en dat hij naar huis gaat, wordt in ene de buschauffeur wakker. Die buschauffeur sprint naar buiten naar die gids toe en begint daar met een tirade in het Vietnamees dat de gids hem daar niet alleen met al die passagiers kan achter laten. De hele bus staat te applaudiseren naar de buschauffeur en zowaar wordt er in de bus volop gelachen om deze situatie. Dan biedt de gids aan om taxis ons verder te laten brengen. Na veel discussie, omdat veel passagiers het niet vertrouwen, gaat iedereen dan toch de bus uit. Gelukkig doet de gids wat hij beloofd, al zijn er ook passagiers bij die het geduld niet hebben om op de taxi te wachten. Uiteindelijk zit de gids samen met Esther en mij in de taxi en dan komt er nog een zeer dreigende uitspraak van hem waar we als toerist totaal niet op zitten te wachten: "You have to be carefully, here in Hanoi. Today, I am good guide, but if I was not so good today, I would have hit you". Ja, worst, het is goed met je, denk ik bij mezelf en ik zeg hem vriendelijk toe dat we blij zijn dat hij ons toch bij het hotel heeft afgezet.

Gelukkig hadden we de eerste 2 dagen vanaf de boot wel goed uitzicht op de baai en hebben we, ondanks de manier waarop we behandeld werden nog wel een beetje kunnen genieten van de vele krijtrotsen die uit het water oprijzen en van de zonsondergang.

Het verhaal had ik al verleden week op mijn laptopje, maar ik ben pas nu weer online. Vietnam is nu al weer meer dan een week terug.

zondag 5 juli 2009

Sappa sapperdeflap

Noord-Vietnam, ondanks de regen genieten we van prachtige uitzichten over de bergen en rijstvelden. Op onze gehuurde 125 cc Honda motorfiets zijn we gisteren 110 km van Sappa naar Bac Ha gereden en vandaag weer terug. Afgelopen nacht hebben we in Bac Ha geslapen zodat we voor de hele toeristen meute al de zondags markt van Bac Ha hebben kunnen bezoeken.

Iedereen die zojuist de berichten heeft gelezen over de overstromingen in Noord-Vietnam (zie http://www.nu.nl/algemeen/2035796/doden-door-overstromingen-in-vietnam.html) kunnen we gerust stellen: wij zijn wel verzopen, maar niet verdronken. Gisterochtend bij ons vertrek uit Sappa was er hooguit af en toe een beetje motregen, maar naarmate we dichter bij Bac Ha kwamen ging het ook harder regenen. Gelukkig hadden we regenjasjes bij ons. Het echte regenfront met de doden ligt meer naar het Oosten. Wel hoorden we vandaag dat er in Bac Ha gisteren toch ook iemand was verdronken.

Ik ga nog even terug in de tijd. In de blog van 13 juni waren we in Hoi An geeindigd. Daarna zijn we naar Hue gegaan. In Hue hebben we een 3 tal keizerlijke tombes en de citadel van Hue bezocht.
Tevens zijn we vanuit Hue met de motorfiets 1 dag naar het Bach Ma National Park geweest voor een fikse wandeling van 21 km. Tijdens onze wandeling zien we spinnen, slangen en veel, heel veel vlinders. Het is echter met een graadje of 36 a 37 wel snikheet dus het bergop lopen, liep niet zo. Gelukkig reden er ook een paar auto's voorbij en konden we een eindje bergop meerijden. Terug lopen was alleen maar afdalen en dat hebben we de dagen erna wel flink gevoeld in onze bovenbenen.
's avonds in Hué bezoeken we nog het Emperor hotel, maar alleen om even vanaf de bovenste verdieping over de stad uit kunnen kijken. Esther vraagt nog wel even hoe veel een kamer kost, maar eigenlijk alleen voor de lol, omdat we toch al weten dat dit boven ons gereserveerde budget ligt.

Vanuit Hue zijn we met de bus naar Hanoi gegaan waar we met een hartelijk welkom werden ontvangen door de Hanoi Mafia (zie vorige blog). Voor ons was dat reden genoeg om er ook zo snel mogelijk weer weg te willen. Na 1 nachtje in een goed, zeer vriendelijk en behulpzaam hotel, het kan dus wel, hebben we, na een dag ronddwalen in het oude kwartier van Hanoi, de nachttrein naar Lao Cai genomen. In Lao Cai probeerden ze ons nog een busrit naar Sappa voor 10 USD aan te smeren, maar we hadden al vernomen dat een busticket van Lao Cai naar Sappa ongeveer 30.000 vietnamese Dong moest kosten. Als je weet dat 1 dollar ongeveer 18000 dong is dan kan iedereen op zijn vingers uittellen dat 10 USD dus veel te veel is. De busrit van Lao Cai naar Sappa gaat bijna alleen maar berg opwaarts.

Sappa is 1 van de koudste plaatsen in Vietnam, maar nu, midden in de zomer, valt dat wel mee. Op onze eerste dag in Sappa spettert het af en toe een beetje, maar echt nat worden we hier niet van. Op onze wandeling naar Cat Cat village, dat in de buurt van Sappa ligt, worden we om de paar honder meter weer even gezelschap gehouden door een vrouwtje van de Hmong. Ze is zeer aardig, maar uiteindelijk hebben we toch een beetje het gevoel dat Sappa en omgeving door het massa toerisme niet authentiek meer is. In de dorpjes rondom Sappa weten de kinderen allemaal het woordje "money" te stamelen als je ze vriendelijk lachend aan kijkt. We wandelen ook nog een dorpje verder en daar lijkt het een stuk beter gesteld te zijn als we worden uitgenodigd om een huis binnen te gaan. Daar krijgen we een kopje thee en wordt er weer volop gelachen om mijn lengte. Tsja, al die vrouwtjes van die bergvolken zijn erg klein en als lange westerling moet ik dus overal bukken om mijn hoofd niet te stoten. Als we een kwartiertje binnen zitten komt toch ook hier de aap uit de mouw, in ene willen ze ons van alles verkopen. Maar ja, we reizen nog 3 maanden en we hebben echt geen zin om 3 maanden allemaal souvenirs met ons mee te zeulen.

Na 1 nachtje in Sappa huren we dus een brommer voor 2 dagen om de nacht in het 110 km verderop gelegen Bac Ha te overnachten. Die nacht in Sappa had het al veel geregend en we twijfelden dan ook of we met de bus of met de motorfiets zouden gaan. s'Ochtends was het echter even droog en dus besloten we met de motorfiets te gaan. Eerst weer ruim 30 km bergafwaarts naar Lao Cai en dan een stukje relatief vlak en op het eind weer ongeveer 20 km bergop richting onze bestemming. Onderweg hebben we af en toe een klein beetje regen, maar het valt allemaal wel mee. Alleen de laatste 20 km bergop gaat het steeds harder regenen. De wolken lijken zich leeg te regenen tegen de berg waar wij tegenop rijden. Daar we ook steeds hoger komen, wordt de regen ook steeds kouder. De laatste paar kilometer zit ik rillend op de motorfiets. Mijn handen zijn helemaal gerimpeld en de regenjas bedekt helaas niet mijn broek die helemaal doorweekt is als we in Bac Ha aankomen en direct bij het eerste hotel dat een beetje centraal lijkt te liggen naar binnen gaan. Die hele middag blijft het maar regenen en pas in de avond lijkt het even droog te worden.

Dat was gisteren, en vanochtend zijn we vroeg opgestaan en naar de markt gegaan. Op de markt zien we hele veestapels voorbijkomen: waterbuffels, paarden, varkens, eenden, kippen, honden en katten. De varkens zitten gewoon in een zak en worden door de koper even aan de achterpoten uit de zak gehaald om gekeurd te worden. Na het bekijken van de koopwaar gaat deze weer terug de zak in. Het onderhandelen gaat er af en toe fel aan toe en we zien ook dat mensen een kat in de zak kopen. Maar dat weten ze dan wel van te voren.

Ook de markt van Bac Ha is al redelijk toeristisch, al is het een stuk minder dan in Sappa. Met de brommer gaan we daarom nog maar een km of 10 verder naar een andere markt. Daar zien we geen enkele andere westerling rondlopen. Het geeft ons nog veel meer het gevoel dat dit "echt" is. Sappa geeft een klein beetje een soort van Volendam gevoel, alsof de bergvolkeren de kostuums alleen dragen omdat de toeristen dat mooi vinden. Desalniettemin beseffen we dat ook Sappa wel degelijk voor een groot deel "echt" is en dat het niet alleen voor de toeristen is.

De terug weg van Bac Ha naar Sappa was weer met volop regen. Vandaag hebben we helaas geen 1 keer de zon kunnen aanschouwen. Omdat we pas de 13e juni vliegen zitten we de komende dagen ook nog in Sappa. Hopelijk krijgen we in die dagen nog wel een keer de zon te zien. Vietnam sluiten we de 10e t/m de 12e af met een paar dagen Halong Bay.

woensdag 1 juli 2009

Hanoi Mafia

Pets, klap in mijn gezicht. Ik sla terug, pets, klap in zijn gezicht, want dat pik ik niet. Hij wordt nijdig en wil vol met me op de vuist en probeert me in mijn kruis te trappen. Er staan op dat moment 3 van die Vietnameze gasten om mij heen, dus ik bedenk dat het beter is om de boel nu maar wat te sussen.

Vanochtend zijn we op een nogal ruwe manier in aanraking gekomen met de Hanoi Mafia. Gisteravond waren we met de sleeper bus vanuit Hue vertrokken naar Hanoi waar we vanochtend om 7 uur aan kwamen. Buiten de bus staan er een hoop mannetjes te roepen : Want motto sir? Want hotel sir? We besluiten met 1 van die gasten mee te gaan want we zitten nog een paar kilometer van het oude centrum van Hanoi al waar de meeste leuke hotelletjes en guesthouses zitten en laat hij nou net een hotelletje aanbieden dat daar centraal in ligt en dat hij de taxi betaald als we daar naar toe gaan.

Daar aangekomen bekijken we de kamer. Bruin water uit de kraan en het wordt niet warm ook. Het zijn slechte kamers dus besluiten we om verder te gaan. Dan moeten we de taxi betalen. Nee, zegt Esther, want het hotel is totaal niet wat je hebt beloofd, dus loopt ze weg. Ze wordt van achteren aan haar rugzak ruw terug getrokken door die persoon die ons bij de bus heeft opgehaald. "You pay the taxi" roept hij. Ik zie dat gebeuren en vind dat hij zo niet met Esther om hoort te gaan dus geef ik hem een duw. "Do not treat my wife like that" zeg ik erbij. En voor ik er erg in heb, kletst zijn platte hand hard in mijn gezicht. En voor ik er erg in heb geef ik hem een klap in zijn gezicht terug, ook met de platte hand, maar nog even harder. Hij staat vervolgens in boks houding klaar en probeert me vol in mijn kruis te trappen. Gelukkig komt die trap niet echt aan en hij probeert me nog een aantal keer met zijn vuisten te raken. Ook nu kan ik alles ontwijken en omdat er 3 van die gasten om me heen staan en ik met een grote onhandige rugzak sta besluit ik om maar niet mijn volle 90 kilo er tegen aan te gooien en probeer ik de boel te sussen.

Ik roep tegen Esther dat we maar beter die taxi kunnen betalen om van het gedonder af te zijn. We betalen en verdwijnen.....

Beste mensen, ga dus niet naar Prince 55-57 hotel in Hanoi. Het is gewoon Hanoi Mafia die niet weten hoe ze het moeten accepteren dat iemand een kamer ook wel eens niet wil hebben.