Op weg naar Sumatra
We hadden 2 vluchten op 1 dag waarbij we ons op de 1e vlucht maar weinig vertraging konden veroorloven. En als de 13e echt ongeluk zou brengen, zouden we geheid die 2e vlucht missen. Maar alles ging goed. 13 juli hebben we het Vietnamese hoofdstuk afgesloten en zijn we vanuit Hanoi via Kuala Lumpur naar Medan gevlogen.
Aangekomen op het vliegveld worden we eerst gedesinfecteerd en moeten we een gezondheidsverklaring invullen. Vervolgens in de rij voor de visa. Helaas is één van de vier beambtes die nodig zijn voor een visa niet aanwezig. Hoezo omslachtig? denk ik dan. Hij wordt opgetrommeld en zodoende hebben we na een half uurtje toch onze visa. Daarna pakken we onze bagage en willen we naar buiten. Maar dan wordt ik door de douane aangehouden want er staat een wit kruis op mijn rugzak getekend. Ik dien mijn rugzak uit te pakken zodat ze kunnen controleren of ik inderdaad niets aan te geven heb. Ik kan vlot weer inpakken en daarna lukt het om de taxi chauffeurs af te schudden om vervolgens per becak, dat is een 125 cc brommertje met zijspan, naar ons guesthouse te komen.
Zowat iedereen is gids.
De volgende ochtend willen we vroeg wat winkelen in Sun plaza. Om 8:30 staan we voor een dichte deur. We merken dat Medan een uitslaap stad is. Voor 10:00 s'Ochtends is er niet veel open. Dan maar geen inkopen. Terwijl we even in onze lonely planet zitten te lezen om te kijken waar we nog meer eventueel terecht kunnen raken we in gesprek met een taxi chauffeur. Hij zit een beetje te vissen naar onze plannen en we verklappen dat we naar Bukit Lawang willen gaan. En het toeval wil dat de taxi chauffeur een goede gids kent in Bukit Lawang. Hij kan hem wel even bellen voor ons. Het gaat ons net even te snel dus we vertrouwen het niet helemaal. We vragen hem of we niet gewoon zelf de naam en het telefoonnummer van die gids kunnen krijgen, dan bellen we hem zelf wel als we in Bukit Lawang zijn. We krijgen wel de voornaam van de gids, maar verder helemaal niets. Dus we zeggen de chauffeur gedag en lopen nog via wat geld wisselaars terug naar ons guesthouse. Helaas wil geen van de geld wisselaars ons van onze Vietnamese Dong afhelpen. Ze weten de wisselkoers niet. Maar ze hebben wel internet. Dan kan je de koers makkelijk opzoeken, denk ik dan, maar helaas, Vietnamese Dong inruilen in Medan gaat niet lukken. Vermoedelijk zal dat nergens op Sumatra lukken. Wanneer we bij ons hotel aankomen, staat de zelfde taxi chauffeur van een uur eerder met de gids voor ons hotel. Esther en ik lachen er een beetje om, want Bukit Lawang is 3 uur met de bus vanuit Medan. Hij is zeker met de helikopter overgekomen, of nee, hij was toevallig net in Medan. Ja, doei, dat gaat ons dus ff te vlug. We negeren die taxi chauffeur en zijn gids verder en gaan rustig uitchecken en nemen de bus naar Bukit Lawang vanaf de Pinang Baris bus terminal in Medan.
Onderweg raken we in gesprek met, hoe kan het ook anders, alweer een gids. Deze gids praat een paar woordjes Nederlands. "Hallo meneer, hoe gaat het met u?", "Lekker slapen, meneer?" en nog meer van die standaard zinnetjes krijgen we te horen, allemaal met een Indonesisch accent. Gedurende anderhalf uur praten we af en toe met deze gids. In Bukit Lawang vinden we een goedkope kamer met douche en een balkon. En, alsof iedereen gids is in Sumatra, alweer een gids die ons helpt met het vinden van een geschikte kamer. Alle gidsen proberen ons 2 dagen in de jungle te verkopen. En dat lijkt ons inderdaad wel wat, "maar nu nog niet". We zijn namelijk behoorlijk afgepeigerd. De 12e kwamen we terug van Halong Bay, de 13e 2 vluchten naar Medan en nu de 14e weer bijna een halve dag in de bus.
Omdat we eerst een dagje rustig aan willen doen houden we de gidsen een beetje af. Ondertussen informeren we wel een beetje naar de mogelijkheden. De 1e volle dag in Bukit Lawang verkennen we het dorp een beetje op eigen houtje en bezoeken we de batcave die een kleine 2 km bij onze guesthouse vandaan ligt. Daar we hadden gehoord dat er ook regelmatig cobra's in de batcave worden gesignaleerd gaan we niet echt diep de grot in. Het is er namelijk donker, vochtig en glad en door die cobra verhalen voelen we ons niet helemaal op ons gemak als we alleen in die grot staan. Die avond besluiten we om de volgende 2 dagen met de gids die ons heeft geholpen om de kamer te zoeken een trekking in de jungle te doen. We zien die gids namelijk iedere keer weer opduiken en iedere keer weer heeft hij goede verhalen. Het lijkt ons dus wel een geschikte vent. Die avond maken we ook kennis met Laura, een Engelse jongedame die al een tijdje in haar eentje in Azie rond reist en ook met dezelfde gids en ons 2 mee zal gaan op de trekking.
Trekking in de jungle
De eerste dag van de trekking is een wandeling in de jungle van een uur of 5. Onze gids heeft ook een drager geregeld voor zijn eigen spullen en ons eten, dus zijn we met zijn vijfen. Onze eigen spullen moesten we zelf sjouwen,
The giant killer bees....
En als we dan vanaf het riviertje omhoog klimmen in ene een pijnlijke steek in mijn boven arm. Het is alsof er een mes in mijn boven arm gestoken wordt, maar ik zie niets. Mijn arm lijkt wel in de fik te staan. Al gauw blijkt dat ik ben gestoken door een bij uit de Sumatraanse jungle. Een paar tellen later wordt ook Laura in haar pols gestoken. Ze gilt het uit want zij ziet ook de bij die zo groot is als een duim van een volwassen man. Man, wat een joekel van een bij. De drager achter ons staat in ene te dansen. 3x raak in zijn bovenbeen. Gelukkig blijft het in totaal bij 5 rake prikken, 1 voor mij, 1 voor Laura en 3 voor de drager. Blijkbaar hadden we het nest van die bijen ongemerkt verstoord en waren die bijen nogal agressief. Het gif in mijn bovenarm brandt gemeen. De eerste 5 minuten is alsof er een mes in je arm zit. Daarna wordt het wat minder, maar verder de hele dag doet mijn arm zeer. De prik was een cm of 5 van de oksel vandaan en behalve mijn bovenarm deed ook mijn borst pijn. Pas als ik die avond ga slapen verdwijnt de pijn en is er bij mij de volgende dag in feite niets meer aan de hand. Bij onze drager was het al na een uurtje of 2 over. Vermoedelijk is het niet zijn eerste bijensteek en heeft hij al wat meer anti stoffen. Laura reageert nog meer allergisch dan ik. Haar onderarm zet op en ook haar hand ziet er lelijk opgezet uit. Pas 2 volle dagen later begint haar arm wat te slinken en dat is dan pas nadat ze bij de dokter een injectie en pillen heeft gehad tegen de allergische reactie.
Onderstaande foto heeft Laura genomen. Gelukkig net op tijd want ik was een fractie te laat. Het was zowat aan het einde van 2 dagen trekking.
Op naar Beristagi.
De dag na de trekking is 17 juli. Samen met Laura, nemen we de bus terug naar Medan en in Medan staat direct de volgende bus klaar naar Beristagi. Dat reis naar Beristagi verloopt dus vlot. Die avond in Beristagi beklimmen we de Gundaling heuvel om de zonsondergang te bekijken. Helaas is het, door de bewolking, geen spectaculaire zonsondergang. De volgende dag doen we weer een trekking. Laura, Esther en ik wandelen onder begeleiding van een gids de Sinabung vulkaan op. Dit is echt een pittige wandeling van 4 uur berg opwaarts waarbij we regelmatig handen en voeten moeten gebruiken om omhoog te klauteren. De top van deze vulkaan ligt op ruim 2400 meter hoogte.
Mandarijnen te koop.
De 2e dag dat we in Beristagi zijn, vertrekt Laura en huren Esther en ik weer eens een motorfiets. We willen naar Linga, maar missen de laatste afslag die nodig is om in Linga te komen. Zodoende komen we in Kaberjahe.
Nog een vulkaan...
Naast de Sinabung vulkaan ligt ook de Sibayak vulkaan in de buurt van Beristagi. We besluiten om op onze derde dag in Beristagi zonder gids deze vulkaan op te lopen. Overal horen we verhalen dat er in de afgelopen jaren ook mensen zijn vermist na een wandeling op de vulkaan, maar tegelijkertijd lezen we verhalen in het gastboek van onze guesthouse dat het goed te doen moet zijn. Met name het vinden van het begin van het pad terug, zou wel eens wat lastig kunnen zijn. We nemen wat aanwijzingen uit het gastboek over en besluiten het er op te wagen. Wel spreken we af, dat als we dat pad terug niet vinden, dat we dan dezelfde weg terug gaan als we gekomen zijn. Onderweg omhoog halen we Brenda in, een Amerikaanse die in haar eentje de wandeling onderneemt, maar blij is dat ze met ons mee kan lopen. Ook zij is niet zo zeker van haar zaak en als je dan samen bent met anderen voelt dat toch een stuk veiliger. De weg naar boven is met name voor het laatste deel behoorlijk pittig. In het eerste deel zitten ook regelmatig stukken dat je weer afdaalt. We vinden de krater vrij gemakkelijk. Dan de weg terug. We klimmen over de rand waar het pad zou moeten lopen. Ja, daar is een pad. En nog een pad. Welke moeten we nu hebben? Gelukkig zien we dan een ander groepje met een gids. We vragen het gewoon aan de gids en vervolgen onze wandeling.
Lake Toba
Gisteren zijn we met de bus van Beristagi naar Parapat gereisd. Onderweg moesten we 2x overstappen, maar dat verliep heel vlot. Je krijgt niet eens de tijd om even een toilet te bezoeken want je wordt gewoon aan je mouw mee getrokken van de ene naar de andere bus. De chauffeurs hier weten wel wat doorrijden is. Af en toe wordt er ingehaald en dan hou je je hart vast. Maar het gaat iedere keer weer goed. In Parapat kunnen we dan eindelijk even naar het toilet voordat we de boot nemen naar Tuk Tuk op het eiland in Lake Toba.
Voor nu, mijn verhaal is al weer veel te lang, dus, tot de volgende keer.
