zaterdag 13 juni 2009

No thanks

"Wanna smoke? Got marihuana." "No thanks" antwoord ik. Dit is s'avonds als we naar onze guesthouse terug lopen vanaf het strand. We hebben na Siem Reap een aantal stranddagen doorgebracht op de stranden van Sihanoukville in het zuiden van Cambodja. Alhoewel we hier lekker lui liggen te relaxen op de strandbedden met een banana shakeje, wordt je om de zoveel tijd weer aangesproken door masseuses, manicures, pedicures en verkopers van zonnebrillen, postkaarten, armbandjes en noem maar op. Een enkele keer zit er dus ook een heel vaag figuur tussen die je drugs aanbiedt en zelfs een keer of ik een lady wilde hebben. Wanna lady? Eightteen, Nineteen or twenty? I can arrange... No thanks, I already have one. Ondertussen wijs ik lachend naar Esther. "No thanks" is overigens bijna steevast het antwoord op alle vragen die ik hier op het strand krijg. Ondertussen probeer ik , ook na de 100ste keer de vraag of ik iets wil kopen, vriendelijk te blijven lachen tegen de mensen. Ik moet er niet aan denken dat ik zelf nood gedwongen dergelijke dingen op het strand zou moeten verkopen omdat ik anders geen brood op de plank zou hebben. Grof zijn is volgens mij dus geen optie. Maar we kunnen ook onmogelijk van iedereen wat kopen. Dus blijft het meestal bij "No thanks".

Het zijn dus rare omstandigheden. Aan de ene kant een hele relaxte sfeer waarvan we intens genieten. We eten seafood van de BBQ met een biertje erbij en zitten tot een uur of 10 s'avonds te chillen aan het strand. Aan de andere kant is er dus een hoop armoede, criminaliteit en een hoop mensen die een been missen of een arm omdat ze ooit eens met een landmijn in aanraking zijn gekomen.

Het lekkerste strand vinden wij het strand bij Otres Beach. Weliswaar is dat eerst 3 km wandelen, maar dan heb je ook wel een veel rustiger strand met veel minder verkopers en dergelijke. Waarschijnlijk hebben de meeste mensen gewoon geen zin in eerst een lange wandeling. Hier zitten we bij de "I Don't Know" bar restaurant voor een lekker drankje en een hapje en een duik in de zee. In plaats van onze teva sandalen lopen we nu een paar dagen op onze flip flops (teenslippers) om zo ook de witte randen op onze voetjes wat bij te kleuren. Hier het resultaat. In plaats van witte randen hebben we nu rode randen.


Na 3 dagen strand nemen we een shared taxi naar Kampot. Esther en 2 Engelse dames achterin en ik voorin op de bijrijders stoel. Toch pikken we nog iemand op. De extra passagier is een Cambodjaan en ziet het niet zitten om bij de 3 Westerse dames of bij mij op de bijrijders stoel plaats te nemen en dus biedt de chauffeur hem aan om dan maar met zijn 2-en op de bestuurders stoel te zitten. In Europa ondenkbaar. Maar ondanks dat de bestuurder dus niet recht voor zijn stuur zat maar met zijn armen links van zijn lichaam zat te sturen zijn we veilig aangekomen in Kampot.

Vanuit Kampot willen we een trekking doen naar de Bokor Hill Station. Dat is wel gelukt, maar verliep toch ook weer heel anders dan dat we vooraf hadden bedacht. Het begin was wel een beetje zoals we hadden verwacht. We lopen door de jungle, echter met 1 verschil van wat we normaal hebben bij het lopen: Esther is wat kwijt. Op de een of andere manier lukt het haar voor geen meter om bergop te lopen. Na alle luie tripjes van de afgelopen 6 weken blijkt haar conditie die ze in Nederland keihard had opgebouwd volledig zoek te zijn. En het gaat hier redelijk stijl omhoog dus na een uurtje begint het piepen en kraken. Steeds vaker raakt ze een beetje achterop om op adem te komen. Natuurlijk komt dit door dat het hier iedere keer stijl omhoog gaat en de temperatuur en luchtvochtigheid ook niet bepaald mee werken.

Onze 24 jarige Cambodjaanse gids doet zijn best, maar nadat we na 3 uur weer bij een weg zijn aangekomen en aldaar een lunch hebben genuttigd houdt hij in ene een truck aan. Dus wij in de laadbak van de truck voor het resterende deel van de tocht naar de Bokor Hill station. Op het eind konden we nog 3 km lopen, zodoende hebben we toch heel wat minder jungle gezien dan we vooraf hadden verwacht. Na 3 km kwamen we aan bij het 'National Area Protection Training Center" van het Preah Monivong Bokor National Park. Hier kregen we een dorm room toegewezen waar we de nacht door konden brengen. Hierin stonden 3 stapelbedden en het idee was dat we de hele kamer voor ons alleen hadden want we kregen immers ook gewoon de sleutel van deze kamer.

Normaliter zou dit inderdaad ook het geval geweest zijn, ware het niet dat het de volgende dag een soort van "Mamma's day" was. Nadat we in de namiddag eerst nog alle vervallen gebouwen hier op de top van de Bokor Hill hadden bezocht kwamen we weer terug bij onze slaap lokatie. Nu stonden er echter al een busje of 5 met allemaal cambodjanen die ook de nacht kwamen door brengen in het zelfde gebouw als wij. En dat was nog niet alles. De een na de andere bus arriveerde of reed weer door. De bezoekers waren voornamelijk dames uit Pnomm Phenn die hier kwamen omdat ze de volgende dag vanwege "Mamma's day" de pagode wilde bezoeken die hier in de buurt lag. De grote kamer waar wij door heen moesten om bij onze slaap kamer te komen lag al gauw vol met matrassen op de grond. En iedere keer als we even iets van de kamer moesten pakken liepen we tussen de dames door die op hun matras zaten te kakelen. Ze hadden net een pad van een cm of 30 breed gelaten zodat we zonder op een matras te hoeven stappen toch onze kamer konden bereiken.

Nog wat later bleven er maar bussen komen maar er waren echt geen slaapplaatsen meer, behalve dan... op de kamer waar Esther en ik lagen. Alhoewel we dit aan de ene kant helemaal niet zagen zitten, beseften we ook wel dat het erg naar stond dat er in onze kamer nog 2 stapelbedden (dat is 4 bedden) over waren terwijl er zoveel mensen geen slaapplaats konden vinden. Zodoende gingen we maar overstag en boden we aan dat er 4 mensen bij ons op de kamer konden slapen. Althans, dat dachten we. Wij dachten, 4 bedden is gelijk aan 4 matrasjes en dus 4 personen. Dat kan dus veel praktischer hebben we gemerkt. 1 van de matrasjes van de bovenste stapelbedden werd naar beneden gehaald en daarop gingen 2 mensen op de grond slapen. Op de 3 andere bedden gingen ook ieder 2 man slapen. Zodoende sliepen we die nacht dus met zijn 10en op de kamer. En het leuke was, ze zitten elkaar voortdurend met tijgerbalsem te masseren (lekkere geurtjes de hele nacht door), dan rochelt of snurkt die weer eens en om de 10 minuten moest er weer iemand naar het toilet.

Nu hoor ik (in dit geval gelukkig) niet zo veel, maar Esther heeft dus weinig geslapen. Om half 5 waren we allebei wakker. Het was nog donker en toch hoorde we overal al het geroezemoes van de Cambodjanen die al druk in de weer waren. Laten we ook maar op staan, dan gaan we gewoon de sunrise zien vanaf het Casino. Zo gezegd, zo gedaan. Vooral de watertoren stond mooi voor de opkomende zon, gezien vanaf het casino dan. Het Casino, de kerk, het hotel en de vele andere gebouwtjes die op de top van de Bokor Hill staan zijn allemaal verlaten en vervallen gebouwen die door de Fransen in het begin van de 20e eeuw zijn gebouwd. Door de 2e wereldoorlog en daarop volgende onafhankelijkheidsstrijd en later door de burgeroorlog met de rode khmerr zijn de gebouwen verlaten. Nu vormen de gebouwen nog slechts een spookachtig decor op de top van deze berg op 1080 m hoogte.

We hebben door onze kennismaking met de Cambodjanen gemerkt dat ze echt heel erg gastvrij
kunnen zijn. Dit merkte we s'middags al toen we voor het eerst richting het Casino liepen.
We kwamen een familie tegen die ook het Casino had bezichtigd en even daar vandaan zat te picknicken. Vol enthousiasme werden we onthaald en werden we gevraagd bij hen plaats te nemen. Het was Yanna en haar hele familie die ons hapjes en drinken aanboden. Na een uurtje gezellig gekletst te hebben, nog wat fotootjes over en weer wilde de familie weer vertrekken en dat was voor ons de kans om door te lopen naar dat Casino dat we nu eindelijk wel eens wilden zien. Het Casino is een gebouw met vele kapotte ramen (als er nog ramen inzitten) van 4 verdiepingen hoog van waaruit je een schitterend uitzicht hebt over de omgeving. Op de 4e verdieping op het terras aangekomen stond er weer een groepje cambodjanen met hoedjes en lachend en gierend over de rand te kijken. Dus ik vroeg of ik een fotootje mocht maken. Dat was prima, maar ze wilden zelf ook allemaal fotootjes maken. Van Esther wordt nu waarschijnlijk verteld dat dit zijn vriendin uit Zweden is of zo. Met mij wilden ze vooral op de foto vanwege mijn lengte. Dus in plaats van dat we bezienswaardigheden komen bezichtigen zijn we in ene zelf de bezienswaardigheid.

Ook s'avonds voordat we met al die mensen op onze kamer gingen slapen wat het bij ons slaapgebouw erg leuk met praatjes met diverse mensen. Slechts een enkeling praat een beetje Engels maar het was desondanks wel gezellig. Als we, na de zonsopkomst, ontbeten hebben en iedereen hebben uitgezwaaid die naar de pagode gingen vanwege Mamma's day, wordt het tijd om weer te vertrekken. We bezoeken een waterval die nog 7 km verderop ligt en dan gaan we echt op de terug weg. We lopen langs de weg waar al die bezoekers van Mamma's dag ook langs rijden met hun grote Lexus, busje vol en andere auto's. Vaak wordt er uitbundig gezwaaid naar die 2 gekken Europeanen die maar naar beneden willen lopen. Waarom zou je in godsnaam naar beneden willen lopen, dachten ze allemaal. Na een uur lopen stopten dan ook 1 van de auto's. Hierin zat een familie met 3 zussen, moeder en tante en met 2 van de 3 zussen hadden we de vorige avond uitgebreid staan praten. We konden maar beter meerijden, vonden ze. Alle bagage werd verschoven, nog iemand er bij op de bijrijders stoel (nu gelukkig niet op de bestuurders stoel) dan kon onze gids in de achterbak en wij samen met moeders en tante op de achterbank. Mijn rechterbeen had al snel geen echte bloedtoevoer meer en ik was dan ook dolblij met de pauze die werd voorgesteld. Mooie gelegenheid om even een foto te maken van de hele groep uit de auto. Daarna even anders zitten en weer verder na de pauze. 8 km voor onze bestemming begint onze gids in ene een verhaal op te hangen dat we uit moeten stappen. Waarom begrijp ik nog steeds niet, we waren immers al niet meer in de jungle en het was nog slechts een asfaltweg naar Kampot toe en die familie zou ons zo weer bij onze guesthouse hebben afgezet, maar blijkbaar was er toch reden om verder te moeten lopen. Na een kwartier lopen in de smorende hitte op het asfalt stopten we bij een klein restaurantje en werden we opgehaald door iemand van de trekking organisatie. Vermoedelijk wilde onze gids niet dat die organisatie wist dat we zo een eind met de auto hadden gereden in plaats van dat we een echte trekking hadden gedaan. Al met al zijn we weer heelhuids in Kampot aangekomen en zodoende slapen we hier nog een nachtje opdat we morgen naar Kep gaan en dan de 16e naar Vietnam.

Ergens in Vietnam bloggen we weer verder. Tot dan.....

Geen opmerkingen:

Een reactie posten