zondag 21 juni 2009

Good Morning Vietnam

Tijdens onze reis komen we regelmatig dezelfde mensen tegen. Nienke komen we al bijna iedere week tegen sinds dat we in het Noorden van Laos de Gibbon Experience hebben gedaan. Dan is er nog dat Duitse stel, waarvan ik even de naam niet weet, die we voor het eerst ontmoeten in Thailand en 2 maanden later voor alweer de zoveelste keer tegen het lijf liepen op het strand van Sihanoukville. En dan is er Mario. Mario is een apart geval. Hij is een Pool die bij ons een beetje de indruk wekt dat hij de weg een beetje kwijt is. Al een paar keer hebben we een biertje met hem gedronken. De eerste keer zagen we hem bij de grens overgang van Laos naar Cambodja en ook vandaag liepen we hem weer tegen het lijf in Hoi An. De keer hier voor zagen we hem in Nhatrang toen hij zijn rug had laten waxen. Hij was de naam van zijn hotel kwijt en zou de volgende dag naar Thailand gaan. Maar niet dus, want we lopen hem immers hier in Hoi An weer tegen het lijf. Hij zegt dat hij bij een of ander vegetarisch restaurantje gaat eten, maar vervolgens zien we hem de kroeg induiken omdat het bier er zo goedkoop is. Mario is wel een hele aardige vent en we vinden het wel leuk om hem tegen het lijf te lopen.


We zijn al weer bijna 2 weken in Vietnam. En die 2 weken vonden we heel erg afwisselend. Helaas hebben we ook de nare kant van enkele Vietnamezen mogen ondervinden. De grenspost bij Ha Tien is pas sinds januari geopend, en dus is het er nogal chaotisch geregeld. Daar wordt dus grondig misbruik van gemaakt. Je wordt al 3 km voor de grens opgehaald door een brommertje dat je wel naar het busstation zal brengen. Niet dus. Je krijgt er te horen dat alle bussen al weg zijn en dat er nog wel een bus naar onze eindbestemming gaat vanaf een wat grotere plaats 20 km verderop. Breng ons daar dan maar heen. Daar aangekomen blijkt dit een enorme krottenwijk te zijn die totaal niet lijkt op een bus station en dat er niemand een woord Engels spreekt, maar, wordt ons gegarandeerd, de bus vertrekt toch echt hier vandaan, en om ons van dienst te zijn blijft hij samen met ons op de bus wachten. En 2 uur later komt inderdaad de bus. De prijs die gevraagd wordt is schikbarend hoog en het enige alternatief is om met al onze bagage vanuit de krottenwijk een km of tig te gaan wandelen naar een voor ons onbekende bestemming. Uiteindelijk krijgen we een iets lagere prijs, maar weten we toch vrijwel zeker dat we zijn afgezet. Daarbij wordt ons beloofd ons netjes in het centrum af te zetten. Van die belofte komt dus ook weer niets terecht. 10 km voor Vinh Long wordt onze bagage uit de bus gezet en als we dan zelf ook de bus uitstappen en vertellen dat dit toch niet het centrum is worden we gewoon in het gezicht uitgelachen en scheurt de bus er vandoor.

Gelukkig was het vanaf toen enigszins gedaan met al het bedonder. Het jammere voor andere vietnamezen is dat de toeristen, en wij dus ook eventjes, er zo achterdochtig van worden en wat meer moeite hebben om gewoon aardige vietnamezen te vertrouwen.

Genoeg vervelende dingen. Inmiddels zijn we via Vinh Long (Mekong Delta), Saigon (Grootste stad van Vietnam, ook wel Ho Chi Minh City, HCMC), Dalat (bergen) en Nhatrang (strand) in Hoi An aangekomen. In Vinh Long zien we hoe al het rijst op de Mekong wordt vervoerd en bezoeken we de floating market. In HCMC bezoeken we diverse musea en de Cu Chi Tunnels. Vanuit Dalat naar Nhatrang hebben we een tour gedaan achterop de motor bij de Easyriders. Quan en Lam, onze gidsen, waren aardige mensen die ons veel van dat stukje Vietnam hebben laten zien.


In Nhatrang hebben we met een boottrip 4 eilanden bezocht. De boot van Funky Monkey was erg gezellig met een live bandje, beetje snorkelen en een gezellig hoeveelheid drank. Met de nachtbus zijn we van Nhatrang naar Hoi An gereden. En wie stapt er in Nhatrang op dezelfde bus? Nienke. Hoi Nienke, ga je ook naar Hoi An? Ja, dus. Hoi An is een stad met een historisch centrum waar je oude huizen, musea en chinese tempels kunt bezoeken. Tevens zijn er ontelbare winkels die kleren op maat maken. Voor mijn lange slanke lijf hebben de overhemden altijd te korte mouwen, of, als de mouwen wel lang genoeg zijn, dan is de kraag te wijd. Dus heb ik een aantal overhemden op maat laten maken. Rond de lunch besteld en s'avonds even passen en klaar. Esther heeft een nieuwe winterjas laten maken. Vandaag hebben we bij My Son een aantal tempels van het Champa rijk bekeken. Het Champa rijk was een beschaving van de 4e tot de 13e eeuw die bij My Son een aantal Hinduistische tempels hadden ter verering van Shiva en de Champa koningen.

Vandaag hebben we onze nieuwe kleren via de zeepost naar Saskia gestuurd, in de hoop dat dat over zee over een maand of 3 goed aankomt. Een beetje een gok, maar we proberen toch weer wat vertrouwen te hebben in de Vietnamezen. Nu maar duimen dat het goed gaat en onze kleren straks goed afgeleverd worden.

Onze planning is om morgen verder te gaan naar Hué, dan door naar Vinh Binh, Hanoi, Halong Bay en Sapa. De 13e vliegen we naar Kuala Lumpur en direct door naar Medan op Sumatra.
Oh ja, van meerdere mensen kregen we een email omdat ze niet wisten hoe ze op de blog zelf moesten reageren. Email op zich is ook prima, maar als je op de blog zelf een reactie wilt achterlaten kan dat als je eerst op de kop van het blog klikt. Er staat bijvoorbeeld "Good Morning Vietnam" als kop boven deze blog. Klik daar op, wacht tot de blog opnieuw geladen is en scroll vervolgens naar onder. Onderaan zie je dan een tekstvak waarin je je reactie kunt intikken. Klik op de knop met de tekst "Reactie plaatsen" om je reactie ook echt te plaatsen. We zien wel of het lukt.

zaterdag 13 juni 2009

No thanks

"Wanna smoke? Got marihuana." "No thanks" antwoord ik. Dit is s'avonds als we naar onze guesthouse terug lopen vanaf het strand. We hebben na Siem Reap een aantal stranddagen doorgebracht op de stranden van Sihanoukville in het zuiden van Cambodja. Alhoewel we hier lekker lui liggen te relaxen op de strandbedden met een banana shakeje, wordt je om de zoveel tijd weer aangesproken door masseuses, manicures, pedicures en verkopers van zonnebrillen, postkaarten, armbandjes en noem maar op. Een enkele keer zit er dus ook een heel vaag figuur tussen die je drugs aanbiedt en zelfs een keer of ik een lady wilde hebben. Wanna lady? Eightteen, Nineteen or twenty? I can arrange... No thanks, I already have one. Ondertussen wijs ik lachend naar Esther. "No thanks" is overigens bijna steevast het antwoord op alle vragen die ik hier op het strand krijg. Ondertussen probeer ik , ook na de 100ste keer de vraag of ik iets wil kopen, vriendelijk te blijven lachen tegen de mensen. Ik moet er niet aan denken dat ik zelf nood gedwongen dergelijke dingen op het strand zou moeten verkopen omdat ik anders geen brood op de plank zou hebben. Grof zijn is volgens mij dus geen optie. Maar we kunnen ook onmogelijk van iedereen wat kopen. Dus blijft het meestal bij "No thanks".

Het zijn dus rare omstandigheden. Aan de ene kant een hele relaxte sfeer waarvan we intens genieten. We eten seafood van de BBQ met een biertje erbij en zitten tot een uur of 10 s'avonds te chillen aan het strand. Aan de andere kant is er dus een hoop armoede, criminaliteit en een hoop mensen die een been missen of een arm omdat ze ooit eens met een landmijn in aanraking zijn gekomen.

Het lekkerste strand vinden wij het strand bij Otres Beach. Weliswaar is dat eerst 3 km wandelen, maar dan heb je ook wel een veel rustiger strand met veel minder verkopers en dergelijke. Waarschijnlijk hebben de meeste mensen gewoon geen zin in eerst een lange wandeling. Hier zitten we bij de "I Don't Know" bar restaurant voor een lekker drankje en een hapje en een duik in de zee. In plaats van onze teva sandalen lopen we nu een paar dagen op onze flip flops (teenslippers) om zo ook de witte randen op onze voetjes wat bij te kleuren. Hier het resultaat. In plaats van witte randen hebben we nu rode randen.


Na 3 dagen strand nemen we een shared taxi naar Kampot. Esther en 2 Engelse dames achterin en ik voorin op de bijrijders stoel. Toch pikken we nog iemand op. De extra passagier is een Cambodjaan en ziet het niet zitten om bij de 3 Westerse dames of bij mij op de bijrijders stoel plaats te nemen en dus biedt de chauffeur hem aan om dan maar met zijn 2-en op de bestuurders stoel te zitten. In Europa ondenkbaar. Maar ondanks dat de bestuurder dus niet recht voor zijn stuur zat maar met zijn armen links van zijn lichaam zat te sturen zijn we veilig aangekomen in Kampot.

Vanuit Kampot willen we een trekking doen naar de Bokor Hill Station. Dat is wel gelukt, maar verliep toch ook weer heel anders dan dat we vooraf hadden bedacht. Het begin was wel een beetje zoals we hadden verwacht. We lopen door de jungle, echter met 1 verschil van wat we normaal hebben bij het lopen: Esther is wat kwijt. Op de een of andere manier lukt het haar voor geen meter om bergop te lopen. Na alle luie tripjes van de afgelopen 6 weken blijkt haar conditie die ze in Nederland keihard had opgebouwd volledig zoek te zijn. En het gaat hier redelijk stijl omhoog dus na een uurtje begint het piepen en kraken. Steeds vaker raakt ze een beetje achterop om op adem te komen. Natuurlijk komt dit door dat het hier iedere keer stijl omhoog gaat en de temperatuur en luchtvochtigheid ook niet bepaald mee werken.

Onze 24 jarige Cambodjaanse gids doet zijn best, maar nadat we na 3 uur weer bij een weg zijn aangekomen en aldaar een lunch hebben genuttigd houdt hij in ene een truck aan. Dus wij in de laadbak van de truck voor het resterende deel van de tocht naar de Bokor Hill station. Op het eind konden we nog 3 km lopen, zodoende hebben we toch heel wat minder jungle gezien dan we vooraf hadden verwacht. Na 3 km kwamen we aan bij het 'National Area Protection Training Center" van het Preah Monivong Bokor National Park. Hier kregen we een dorm room toegewezen waar we de nacht door konden brengen. Hierin stonden 3 stapelbedden en het idee was dat we de hele kamer voor ons alleen hadden want we kregen immers ook gewoon de sleutel van deze kamer.

Normaliter zou dit inderdaad ook het geval geweest zijn, ware het niet dat het de volgende dag een soort van "Mamma's day" was. Nadat we in de namiddag eerst nog alle vervallen gebouwen hier op de top van de Bokor Hill hadden bezocht kwamen we weer terug bij onze slaap lokatie. Nu stonden er echter al een busje of 5 met allemaal cambodjanen die ook de nacht kwamen door brengen in het zelfde gebouw als wij. En dat was nog niet alles. De een na de andere bus arriveerde of reed weer door. De bezoekers waren voornamelijk dames uit Pnomm Phenn die hier kwamen omdat ze de volgende dag vanwege "Mamma's day" de pagode wilde bezoeken die hier in de buurt lag. De grote kamer waar wij door heen moesten om bij onze slaap kamer te komen lag al gauw vol met matrassen op de grond. En iedere keer als we even iets van de kamer moesten pakken liepen we tussen de dames door die op hun matras zaten te kakelen. Ze hadden net een pad van een cm of 30 breed gelaten zodat we zonder op een matras te hoeven stappen toch onze kamer konden bereiken.

Nog wat later bleven er maar bussen komen maar er waren echt geen slaapplaatsen meer, behalve dan... op de kamer waar Esther en ik lagen. Alhoewel we dit aan de ene kant helemaal niet zagen zitten, beseften we ook wel dat het erg naar stond dat er in onze kamer nog 2 stapelbedden (dat is 4 bedden) over waren terwijl er zoveel mensen geen slaapplaats konden vinden. Zodoende gingen we maar overstag en boden we aan dat er 4 mensen bij ons op de kamer konden slapen. Althans, dat dachten we. Wij dachten, 4 bedden is gelijk aan 4 matrasjes en dus 4 personen. Dat kan dus veel praktischer hebben we gemerkt. 1 van de matrasjes van de bovenste stapelbedden werd naar beneden gehaald en daarop gingen 2 mensen op de grond slapen. Op de 3 andere bedden gingen ook ieder 2 man slapen. Zodoende sliepen we die nacht dus met zijn 10en op de kamer. En het leuke was, ze zitten elkaar voortdurend met tijgerbalsem te masseren (lekkere geurtjes de hele nacht door), dan rochelt of snurkt die weer eens en om de 10 minuten moest er weer iemand naar het toilet.

Nu hoor ik (in dit geval gelukkig) niet zo veel, maar Esther heeft dus weinig geslapen. Om half 5 waren we allebei wakker. Het was nog donker en toch hoorde we overal al het geroezemoes van de Cambodjanen die al druk in de weer waren. Laten we ook maar op staan, dan gaan we gewoon de sunrise zien vanaf het Casino. Zo gezegd, zo gedaan. Vooral de watertoren stond mooi voor de opkomende zon, gezien vanaf het casino dan. Het Casino, de kerk, het hotel en de vele andere gebouwtjes die op de top van de Bokor Hill staan zijn allemaal verlaten en vervallen gebouwen die door de Fransen in het begin van de 20e eeuw zijn gebouwd. Door de 2e wereldoorlog en daarop volgende onafhankelijkheidsstrijd en later door de burgeroorlog met de rode khmerr zijn de gebouwen verlaten. Nu vormen de gebouwen nog slechts een spookachtig decor op de top van deze berg op 1080 m hoogte.

We hebben door onze kennismaking met de Cambodjanen gemerkt dat ze echt heel erg gastvrij
kunnen zijn. Dit merkte we s'middags al toen we voor het eerst richting het Casino liepen.
We kwamen een familie tegen die ook het Casino had bezichtigd en even daar vandaan zat te picknicken. Vol enthousiasme werden we onthaald en werden we gevraagd bij hen plaats te nemen. Het was Yanna en haar hele familie die ons hapjes en drinken aanboden. Na een uurtje gezellig gekletst te hebben, nog wat fotootjes over en weer wilde de familie weer vertrekken en dat was voor ons de kans om door te lopen naar dat Casino dat we nu eindelijk wel eens wilden zien. Het Casino is een gebouw met vele kapotte ramen (als er nog ramen inzitten) van 4 verdiepingen hoog van waaruit je een schitterend uitzicht hebt over de omgeving. Op de 4e verdieping op het terras aangekomen stond er weer een groepje cambodjanen met hoedjes en lachend en gierend over de rand te kijken. Dus ik vroeg of ik een fotootje mocht maken. Dat was prima, maar ze wilden zelf ook allemaal fotootjes maken. Van Esther wordt nu waarschijnlijk verteld dat dit zijn vriendin uit Zweden is of zo. Met mij wilden ze vooral op de foto vanwege mijn lengte. Dus in plaats van dat we bezienswaardigheden komen bezichtigen zijn we in ene zelf de bezienswaardigheid.

Ook s'avonds voordat we met al die mensen op onze kamer gingen slapen wat het bij ons slaapgebouw erg leuk met praatjes met diverse mensen. Slechts een enkeling praat een beetje Engels maar het was desondanks wel gezellig. Als we, na de zonsopkomst, ontbeten hebben en iedereen hebben uitgezwaaid die naar de pagode gingen vanwege Mamma's day, wordt het tijd om weer te vertrekken. We bezoeken een waterval die nog 7 km verderop ligt en dan gaan we echt op de terug weg. We lopen langs de weg waar al die bezoekers van Mamma's dag ook langs rijden met hun grote Lexus, busje vol en andere auto's. Vaak wordt er uitbundig gezwaaid naar die 2 gekken Europeanen die maar naar beneden willen lopen. Waarom zou je in godsnaam naar beneden willen lopen, dachten ze allemaal. Na een uur lopen stopten dan ook 1 van de auto's. Hierin zat een familie met 3 zussen, moeder en tante en met 2 van de 3 zussen hadden we de vorige avond uitgebreid staan praten. We konden maar beter meerijden, vonden ze. Alle bagage werd verschoven, nog iemand er bij op de bijrijders stoel (nu gelukkig niet op de bestuurders stoel) dan kon onze gids in de achterbak en wij samen met moeders en tante op de achterbank. Mijn rechterbeen had al snel geen echte bloedtoevoer meer en ik was dan ook dolblij met de pauze die werd voorgesteld. Mooie gelegenheid om even een foto te maken van de hele groep uit de auto. Daarna even anders zitten en weer verder na de pauze. 8 km voor onze bestemming begint onze gids in ene een verhaal op te hangen dat we uit moeten stappen. Waarom begrijp ik nog steeds niet, we waren immers al niet meer in de jungle en het was nog slechts een asfaltweg naar Kampot toe en die familie zou ons zo weer bij onze guesthouse hebben afgezet, maar blijkbaar was er toch reden om verder te moeten lopen. Na een kwartier lopen in de smorende hitte op het asfalt stopten we bij een klein restaurantje en werden we opgehaald door iemand van de trekking organisatie. Vermoedelijk wilde onze gids niet dat die organisatie wist dat we zo een eind met de auto hadden gereden in plaats van dat we een echte trekking hadden gedaan. Al met al zijn we weer heelhuids in Kampot aangekomen en zodoende slapen we hier nog een nachtje opdat we morgen naar Kep gaan en dan de 16e naar Vietnam.

Ergens in Vietnam bloggen we weer verder. Tot dan.....

zaterdag 6 juni 2009

Ben ik even blij dat we niet op de fiets zitten

Ruim 800 foto's in 3 dagen tijd. Klik, klik, klik. Kom nou... Nee, nog even die boom vanuit een andere hoek. We zijn dus bij Angkor Wat en de omliggende tempels. Deze archeologische vindplaats doet niet onder voor die van Rome. Er is hier zo ontzettend veel gevonden aan tempels en gebouwen dat je er meerdere dagen voor nodig hebt om alles te bezichtigen. Wij besluiten het te doen met een pas voor 3 dagen, maar even goed hadden we er een week kunnen rondzwerven.

De eerste dag doen we het kleine circuit, zoals deze in vele gidsjes wordt aangeraden, met de fiets. De fiets is voor mij, zoals ik inmiddels gewend ben hier in ZO-Azie, net even te klein. Desalniettemin volstaat de fiets om vanaf de Guesthouse naar Angkor Wat te fietsen en om van daar door te fietsen naar de volgende tempel, de volgende tempel, en de volgende tempel.

Er is 1 ding wat ik niet begrijp: Al die Cambodjanen zijn zo klein en toch maakten ze vroeger overal van die steile trappen met van die hoge treden. Dat zou ik anders gedaan hebben als ik het had mogen bedenken.

De eerste ochtend fietsen we dus eerst naar de west poort van Angkor Wat. We lopen over de 190 meter brede gracht naar de muur van 1025 bij 800 meter. We bezichtigen de vele bas-reliefs, de bibliotheken, de hal met de 1000 buddha's en de tempel zelf. Met alleen Angkor Wat zelf ben je al gauw 3 uur aan het rond wandelen.

Maar er is veel meer. De eerste dag bezoeken we ook Angkor Thom, een stad ook omringd met een gracht van 3 bij 3 km met daarbinnen diverse tempels zoals Bayon, de tempel met al die gezichten, Baphuon, Phimeanakas, Terrace of the Elephants. Ook in Angkor Thom ben je gauw vele uren zoet met alle verschillende indrukken die je op doet. De Khmer hadden in die tijd (zo ongeveer van halverwege de 9e eeuw tot diep in de 12e eeuw) een groot rijk met de hoofdstad hier bij Angkor. Esther en ik zijn diep onder de indruk.

Als we Angkor Thom verlaten begint het te spetteren. We bezoeken in de regen nog wat kleinere tempels en eindigen de dag bij Ta Phrom. Ta Phrom is een tempel waarbij ze nog diverse van die hele grote bomen hebben laten staan die gewoon over de tempel heen gegroeid zijn. Helaas regent het pijpestelen en mijn achterband is ook nog zacht.

Daar het einde van de middag is besluiten we maar terug te gaan naar de Guesthouse. En gelachen dat we hebben: Stel je ons maar eens voor met zijn tweeen op 1 fiets, ik voorop, Esther achterop. Esther een grijze regenponcheau en ik een knalblauwe. Ik heb maar 1 hand aan mijn stuur want in de andere hand probeer ik die andere fiets aan het stuur mee te nemen. De achterband is immers leeg. Ondertussen komt de regen werkelijk met beken tegelijk naar beneden. We worden aan alle kanten ingehaald door TukTuks en bussen en de mensen kijken ons lachend toe. We zien ze denken: ben ik even blij dat we niet op de fiets zitten. We lachen vriendelijk terug want gelukkig is het niet zoals in Nederland want de regen voelt niet koud aan. We zijn dus alleen nat, maar niet koud en verkleumd.

De volgende dag besluiten we om toch maar een TukTuk te huren. Het rondje dat we nu willen maken is immers wat groter en 1 keer een lekke band in de zeikregen, daar kunnen we nog smakelijk om lachen, maar dat vinden we dan ook wel weer genoeg. s'Ochtends vroeg gaan we eerst weer naar Angkor Wat, dit keer om de zonsopkomst mee te maken. Ik maak heel veel van de zelfde foto's, maar iedere keer net even anders. Ik speel met de instellingen van mijn fototoestel: beetje minnen, beetje plussen, warmere tinten, sepia, zwart wit, maar ook een foto met de gewone standaard instellingen. De tempel van Angkor Wat weerspiegelt in het meer.

Als de zon dan op is gaan we nog even terug naar de Guesthouse. Het is immers een guesthouse met ontbijt en we blijven toch een beetje Hollanders. Na het ontbijt om 7:15 gaan we weer op weg. Deze tweede dag doen we het grote circuit. Met de TukTuk gaat het echter veel sneller dan op de fiets. Al om half 3 zijn we weer terug bij de Guesthouse.

Ook de 3e dag doen we met een TukTuk. We willen nog even naar Ta Phrom, waar we de eerste dag met regen waren geweest. Deze tempel had ondanks de regen wel indruk gemaakt en ik wilde toch graag nog van die mooie foto's van tempels met van die megagrote wortels die de gebouwen in een verstikkende houdgreep houden. Na Ta Phrom gaan we naar het 58 km van Siem Reap liggende Kbal Spean. Hier hebben de Khmer destijds allemaal linga's uitgekerft in de rivierbedding om zo het water te zegenen dat naar de steden van Angkor Wat en omgeving stroomt. Niet zo ver hier vandaan is de film van Tomb Raider met Angelina Jolie opgenomen en richting de Thaise grens liggen nog wat tempels waar ze 5 maanden geleden nog om gevochten hebben met Thailand. De rust is inmiddels gelukkig weer gekeerd en de nieuwe weg naar Kbal Spean is verleden maand pas geopend. In plaats van een hobbelweg hebben we dus gewoon een strakke geasfalteerde weg en zijn we er in 3 kwartier in plaats van in een uur of 3.

Kbal Spean is het verste punt van onze dagtocht. Op de terugweg doen we nog zo'n tempel wonder aan: Banteay Srey. Als je van mooie gedetailleerde uitsnedes houdt kun je deze tempel beter niet overslaan. De Kmher kunst spat er van af. Na Banteay Srey bezoeken we het landmijnen museum van Aki Ra. Aki Ra is zo een beetje een held in deze omgeving omdat hij heel veel doet voor het verwijderen van de landmijnen die de Rode Khmer tot in het begin van de jaren 90 nog geplaatst heeft. Na het museum doen we nog 1 tempel, namelijk die van Banteay Samre, en dan zijn we nu voorlopig even uitgetempeld.
PS Nog even de antwoorden van de vragen die we verleden week hadden gesteld: Annet had het bijna goed. Dat van die vette vingers afvegen aan de gordijntjes klopt helemaal. En aan de andere kant zie je de toeristen met hun hoofd tegen die zelfde gordijntjes aan slapen. Vette haren gegarandeerd.
Wat ons vooral opviel bij diverse brommer rijders was dat ze geen helm droegen, maar een mondkapje tegen de stof. Maar ze dragen ook allerlei andere dingen mee op de brommer. Eenden, matrassen, zakken met rijst, volledige winkeltjes. Sommige brommers zijn zowat 2m hoog en 2m breed. Oh ja, als je een moto huurt met bestuurder, dan heeft de bestuurder soms in ene wel een helm, maar jij als passagier hebt die toch niet nodig? (Met andere woorden, als ik val ben ik goed beschermd, maar jij hebt een deuk in je kop dat bedenken ze hier niet. Ze kijken alleen maar naar wat toegestaan is door de politie en de kans dat ze gepakt worden.) Hier in Siem Reap zijn ze overigens al heel wat strenger aan het controleren op helmen. Dus hier dragen de meesten in ene wel een helm.

dinsdag 2 juni 2009

Lekker hapje

Terwijl Esther geniet van de Ananas loop ik een rondje over de parkeerplaats waar de bus gestopt is voor een pauze. Deze pauze is bij het plaatsje Skun. Volgens de gidsjes hebben ze hier hele aparte lekkernijen. En die wil ik dan nu wel eens proberen. Dus zogezegd zogedaan. Doe mij er maar eentje van die. En dan neem je de eerste hap....





Hij was best lekker. Het smaakt een beetje als kip en ik heb hem helemaal opgegeten.
De busreis was van Pnhom Phen naar Siem Reap waar we de komende dagen een hoop Angkor tempels gaan bezoeken.